Het hoofdkenmerk van de eetbuistoornis is recidiverende eetbui-episoden die gedurende drie maanden gemiddeld minstens eenmaal per week plaatsvinden (criterium D).
Een ‘eetbui-episode’ wordt gedefinieerd als het in een afzonderlijke tijdsperiode eten van een hoeveelheid voedsel die beslist groter is dan die de meeste mensen binnen dezelfde tijd, onder vergelijkbare omstandigheden zouden eten (criterium A1). De context waarbinnen het eten plaatsvindt kan voor de clinicus van invloed zijn op de inschatting of er sprake is van een overdadige inname. Zo kan een bepaalde hoeveelheid voedsel overdadig zijn voor een gewone maaltijd, maar normaal zijn wanneer deze wordt genuttigd bij een verjaardag of een feest. Een ‘afzonderlijke tijdsperiode’ betreft een beperkte periode, die meestal korter is dan twee uur. Een enkele eetbui-episode hoeft niet uitsluitend op één plek plaats te vinden. Iemand kan bijvoorbeeld met een eetbui in een restaurant beginnen, en dan na thuiskomst doorgaan. Het de hele dag door ‘snacken’ van kleine hoeveelheden voedsel wordt niet als eetbui gezien.
Het nuttigen van een overdadige hoeveelheid voedsel moet gepaard gaan met het gevoel geen controle meer te hebben (criterium A2) om als eetbui-episode te worden aangemerkt. Het zich niet kunnen inhouden of niet kunnen stoppen met eten als dit eenmaal is begonnen, is een indicatie voor het verlies van de controle. Sommige mensen zeggen dat zij tijdens of vlak na de eetbui-episode een gevoel van dissociatie hebben. Het gebrek aan beheersing tijdens een eetbui-episode is niet absoluut; zo kan de betrokkene door blijven eten als de telefoon overgaat, maar kan hij of zij wel stoppen als een huisgenoot onverwachts de kamer binnenkomt. Sommige mensen melden dat hun eetbui-episoden niet langer gekenmerkt worden door een acuut gevoel de controle kwijt te raken, maar dat zij een meer algemeen patroon van onbeheerst eten ervaren. Als iemand vertelt geen moeite meer te doen om het eigen eten te beheersen, kan worden verondersteld dat er sprake is van een gebrek aan controle. Soms worden eetbuien ook gepland.
Het soort eten dat tijdens een eetbui wordt genuttigd, kan zowel tussen personen als voor dezelfde persoon verschillen. Eetbuien worden eerder gekenmerkt door de abnormaal grote hoeveelheid voedsel die wordt genuttigd dan door een hunkering (craving) naar een bepaald soort voedingsmiddel.
De eetbuien moeten gepaard gaan met duidelijke lijdensdruk (criterium C) en minstens drie van de volgende kenmerken: veel sneller eten dan normaal; dooreten totdat een onaangenaam vol gevoel ontstaat; grote hoeveelheden voedsel nuttigen zonder lichamelijke trek te hebben; alleen eten, uit schaamte over de hoeveelheid die wordt genuttigd; en achteraf van zichzelf walgen, zich somber of erg schuldig voelen (criterium B).
Mensen met een eetbuistoornis schamen zich doorgaans voor hun eetproblemen en proberen hun symptomen te verbergen. Meestal vindt het eten in het geheim plaats, of zo onopvallend mogelijk. Meestal gaan aan een eetbui negatieve gevoelens vooraf. Andere luxerende factoren zijn interpersoonlijke stressoren; dieetbeperkingen; negatieve gevoelens over het lichaamsgewicht, de lichaamsvorm of eten; en verveling. De eetbui kan de factoren die de aanleiding vormden tot de episode voor een korte tijd minimaliseren of verzachten, maar uiteindelijk wordt dit gevolgd door een negatieve zelfbeoordeling en somberheid.