F50.3
CLASSIFICATIECRITERIA
ARecidiverende eetbui-episoden. Een eetbui-episode wordt gekenmerkt door beide volgende kenmerken:
1Het in een afzonderlijke tijdsperiode (bijvoorbeeld binnen een periode van twee uur) eten van een hoeveelheid voedsel die beslist groter is dan die de meeste mensen binnen dezelfde tijd, onder vergelijkbare omstandigheden zouden eten.
2Het gevoel tijdens de episode geen controle te hebben over het eten (de betrokkene heeft bijvoorbeeld het gevoel niet te kunnen stoppen met eten, of niet te kunnen beheersen wat en hoeveel hij of zij eet).
Het vereiste dat er sprake moet zijn van eetbuien komt overeen met dat voor boulimia nervosa. Het criterium vereist ‘recidiverende eetbui-episoden’ om deze stoornis te differentiëren van contextspecifieke gevallen waarin een betrokkene een eetbui heeft, zoals bij een huwelijk of banket.
BDe eetbui-episoden hangen samen met drie (of meer) van de volgende kenmerken:
1Veel sneller eten dan normaal.
2Dooreten totdat een onaangenaam vol gevoel ontstaat.
3Grote hoeveelheden voedsel nuttigen zonder lichamelijke trek te hebben.
4Alleen eten, uit schaamte over de hoeveelheid die de betrokkene nuttigt.
5Achteraf van zichzelf walgen, zich somber of erg schuldig voelen.
Criterium B vereist minstens drie van de vijf kenmerken van verminderde controle: veel sneller eten dan normaal; dooreten totdat een onaangenaam vol gevoel ontstaat; het eten van grote hoeveelheden voedsel terwijl men geen trek heeft; alleen eten uit schaamte; en van zichzelf walgen, zich somber of schuldig voelen na de episode. Van deze algemene indicatoren voor het op correcte wijze vaststellen van een eetbui zijn er twee het best: ‘grote hoeveelheden voedsel nuttigen zonder lichamelijke trek te hebben’ en ‘alleen eten, uit schaamte over de hoeveelheid die de betrokkene nuttigt’. Het meest voorkomende kenmerk van eetbuien bij mannen is het ‘veel sneller eten dan normaal’, terwijl dat bij vrouwen het ‘achteraf van zichzelf walgen, zich somber of erg schuldig voelen’ is. Onderzoek wijst uit dat het vereiste van drie of meer symptomen de accuraatste voorspelling van eetbuien oplevert, met minder fout-positieve resultaten.
CEr is sprake van duidelijke lijdensdruk door de eetbuien.
Dit criterium vereist dat er sprake moet zijn van lijdensdruk in samenhang met de eetbuien. Wanneer de lijdensdruk het gevolg is van gelijktijdig voorkomende andere stoornissen voldoet dit niet aan dit criterium.
DDe eetbuien komen gedurende drie maanden gemiddeld minstens eenmaal per week voor.
Uit analyses is gebleken dat het opvallend weinig verschil maakte of mensen één of twee keer per week een eetbui hadden. In Appendix B van de DSM-IV werd voorgesteld dat de frequentie van eetbuidagen, en niet van eetbuiepisoden, moest worden beoordeeld, en dat een minimale gemiddelde frequentie van twee eetbuien per week gedurende zes maanden was vereist. Onderzoek wijst echter uit dat de toepassing van criteria die identiek zijn aan die voor boulimia nervosa het aantal gevallen niet significant zou veranderen. Daarom werd criterium D gelijkgemaakt aan criterium C voor boulimia nervosa, dat minstens één eetbui per week gedurende drie maanden vereist.
EDe eetbuien gaan niet gepaard met het recidiverend toepassen van inadequaat compensatoir gedrag, zoals bij boulimia nervosa, en treden niet uitsluitend op in het beloop van boulimia nervosa of anorexia nervosa.
De eetbuistoornis wordt gekenmerkt door de afwezigheid van terugkerend gebruik van inadequate compensatiemechanismen na het eten van grote hoeveelheden voedsel.
→Specificeer indien:
Gedeeltelijk in remissie De betrokkene heeft voorheen volledig aan de criteria voor de eetbuistoornis voldaan, maar inmiddels komen de eetbuien gedurende een langere tijd gemiddeld minder dan eenmaal per week voor.
Volledig in remissie De betrokkene heeft voorheen volledig aan de criteria voor de eetbuistoornis voldaan, maar voldoet inmiddels gedurende een langere periode aan geen van de criteria.
→Specificeer actuele ernst:
Het minimumniveau van ernst is gebaseerd op de frequentie waarin de eetbui-episoden zich voordoen (zie hierna). Het ernstniveau kan echter worden verhoogd om andere symptomen of de mate van de functionele beperking weer te geven.
Licht 1 tot 3 eetbui-episoden per week.
Matig 4 tot 7 eetbui-episoden per week.
Ernstig 8 tot 13 eetbui-episoden per week.
Zeer ernstig 14 of meer eetbui-episoden per week.