Volgens twee Amerikaanse epi­de­mi­o­lo­gi­sche onderzoeken met steekproeven uit de algemene bevolking, varieert de 12-maand­spre­va­len­tie van de eetbuistoornis tussen 0,44 en 1,2%, met tot drie keer hogere percentages bij vrouwen dan bij mannen (0,6–1,6% bij vrouwen en 0,26–0,8% bij mannen), en varieert de levenslange prevalentie tussen 0,85 en 2,8% (1,25–3,5% bij vrouwen en 0,42–2,0% bij mannen).

In de Verenigde Staten is de prevalentie van de eetbuistoornis in alle etnische groepen vergelijkbaar. In de meeste ge­ïn­du­stri­a­li­seer­de hoge-inkomenslanden, waaronder de Verenigde Staten, Canada, veel Europese landen, Australië en Nieuw-Zeeland, is de prevalentie van de eetbuistoornis min of meer gelijk. De 12-maand­spre­va­len­tie varieert in hoge-inkomenslanden tussen 0,1 en 1,2%. Hoewel er minder gegevens beschikbaar zijn over populaties in de lage- en mid­den­in­ko­mens­lan­den, lijkt de prevalentie van de eetbuistoornis in sommige regio’s van Latijns-Amerika minstens zo hoog als die in de Verenigde Staten en Europa.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.