Wanneer iemand intensief drinkt, is de kans op een onttrekkingssyndroom hoger. Dit komt wellicht het meest voor bij mensen met een normoverschrijdend-gedragsstoornis of een antisociale-persoonlijkheidsstoornis. Een onttrekkingssyndroom is bovendien ernstiger bij mensen die daarnaast ook afhankelijk zijn van andere dempende middelen en bij mensen die vaker onttrekkingssymptomen van alcohol hebben doorgemaakt. Voorspellers van ernstige alcoholonttrekking zijn een alcoholonttrekkingsdelirium, een voorgeschiedenis van ernstige onttrekkingssyndromen, een laag kaliumgehalte in het bloed, een verlaagde bloedplaatjestelling en systolische hypertensie.
Omgeving Naarmate iemand meer en vaker alcohol gebruikt, wordt de kans dat een onttrekkingssyndroom van alcohol optreedt groter. De meeste mensen met deze stoornis drinken dagelijks en nemen grote hoeveelheden tot zich (naar schatting meer dan acht eenheden per dag), gedurende meerdere dagen. Er zijn echter grote individuele verschillen en er kan sprake zijn van een verhoogd risico wanneer iemand gelijktijdig een somatische aandoening heeft, wanneer het onttrekkingssyndroom van alcohol in de familieanamnese voorkomt (een erfelijke component), wanneer iemand eerder een onttrekkingssyndroom heeft doorgemaakt, of wanneer iemand een hypnoticum of anxiolyticum gebruikt.