Vasculaire ziekte is de tweede meest voorkomende oorzaak van neurocognitieve stoornissen, na de ziekte van Alzheimer. In de Verenigde Staten variëren de prevalentieschattingen voor vasculaire dementie van 0,98% voor mensen in de leeftijd van 71–79 jaar, tot 4,09% in de leeftijdsgroep 80–89 jaar, en 6,19% bij mensen van 90 jaar en ouder. Binnen drie maanden na een beroerte wordt bij 20 tot 30% de classificatie dementie toegekend. In Europese autopsieën bij overledenen in de leeftijd van 60–103 jaar, was de prevalentie van pure vasculaire dementie 12,3%. In de leeftijd van 60–69 jaar was de prevalentie hoger (15,0%) dan in de leeftijdsgroep van boven de 90 jaar (8,7%). In 5,5% van het gehele cohort kwam gemengde dementie voor (ziekte van Alzheimer plus vasculaire pathologie), met een hogere prevalentie bij de leeftijdsgroep van boven de 90 jaar (10,6%) in vergelijking met de groep van 60–69 jaar (5,2%). Een hogere prevalentie is gevonden onder Afro-Amerikanen, Mexicaanse Amerikanen en Zuid-Aziatische Amerikanen, vergeleken met witte Amerikanen, mogelijk vanwege hogere percentages risicofactoren zoals diabetes en cardiovasculaire aandoeningen.
Beroertes komen in de leeftijd tot en met 65 jaar vaker bij mannen voor, en na de leeftijd van 65 jaar vaker bij vrouwen. In sommige onderzoeken was de prevalentie van vasculaire NCS bij mannen hoger dan bij vrouwen.