Paniek of angst kan optreden bij intoxicatie door de volgende klassen middelen: alcohol, cafeïne, cannabis, fencyclidine, andere hallucinogenen, inhalantia, stimulantia (waaronder cocaïne) en andere (of onbekende) middelen. Paniek of angst kan optreden bij onttrekking van de volgende klassen middelen: alcohol, opioïden, hypnotica en anxiolytica; stimulantia (waaronder cocaïne); en andere (of onbekende) middelen. Voorbeelden van geneesmiddelen die angstsymptomen kunnen veroorzaken zijn anesthetica en analgesica, sympathomimetica of andere luchtwegverwijders, anticholinergica, insuline, schildklierpreparaten, orale anticonceptiva, antihistaminica, antiparkinsongeneesmiddelen, corticosteroïden, antihypertensiva en cardiovasculaire geneesmiddelen, anticonvulsiva, lithiumcarbonaat, antipsychotica en antidepressiva. Verder kunnen symptomen van angst en paniek nog worden veroorzaakt door zware metalen en toxinen (zoals organofosfaatinsecticiden, zenuwgassen, koolmonoxide, CO2, en vluchtige stoffen zoals benzine en verf).