De naam van de seksuele disfunctie door een middel/medicatie begint met ‘seksuele disfunctie door’, gevolgd door de naam van het specifieke middel (bijvoorbeeld alcohol) waarvan wordt verondersteld dat het de seksuele disfunctie veroorzaakt. De code wordt geselecteerd uit de tabel bij de lijst met criteria, en is gebaseerd op de klasse van het middel. Voor middelen die niet passen in een van deze klassen (bijvoorbeeld fluoxetine), moet de code voor ‘een ander (of onbekend) middel’ worden gekozen, en moet de naam van het betreffende middel worden vastgelegd (bijvoorbeeld F19.8 seksuele disfunctie door fluoxetine). En in gevallen waarin wordt geoordeeld dat een bepaald middel een etiologische factor is, maar de specifieke klasse waartoe het behoort onbekend is, moet dezelfde code worden gebruikt. In dat geval moet worden vastgelegd dat het middel onbekend is (bijvoorbeeld F19.8 seksuele disfunctie door een onbekend middel).
Achter de naam van het middel staat de specificatie over het begin (‘met begin tijdens intoxicatie’, ‘met begin tijdens onttrekking’, ‘met begin na medicatiegebruik’), gevolgd door de specificatie over de ernst (‘licht’, ‘matig’, ‘ernstig’). Aan de eventueel aanwezige stoornis in het gebruik van een middel wordt een aparte code toegekend. Stel bijvoorbeeld dat een man met een ernstige stoornis in het gebruik van alcohol een erectiestoornis heeft tijdens de intoxicatie; dan is de classificatie: F10.8 seksuele disfunctie door alcohol, met begin tijdens intoxicatie, matig; F10.2 ernstige stoornis in het gebruik van alcohol. Als de seksuele disfunctie door een middel optreedt zonder dat sprake is van een comorbide stoornis in het gebruik van een middel (bijvoorbeeld na een eenmalig zwaar gebruik van het middel), codeer dan alleen de seksuele disfunctie (bijvoorbeeld: F15.8 seksuele disfunctie door amfetamine, met begin tijdens intoxicatie). Wanneer wordt geoordeeld dat meer dan één middel een belangrijke rol heeft gespeeld in het ontstaan van de seksuele disfunctie, dient elk middel apart te worden vermeld (bijvoorbeeld: F14.8 seksuele disfunctie door cocaïne, met begin tijdens intoxicatie, matig; F19.8 seksuele disfunctie door fluoxetine, met begin na medicatiegebruik, matig).