Het hoofdkenmerk van een seksuele disfunctie door een middel/medicatie is een klinisch significante stoornis in het seksuele functioneren die in het klinische beeld op de voorgrond staat (criterium A) en waarvan wordt verondersteld dat die te wijten is aan de effecten van een middel (bijvoorbeeld een drug of medicatie). De seksuele disfunctie moet zich hebben ontwikkeld tijdens of kort na de intoxicatie door of onttrekking van een middel of na de blootstelling aan of onttrekking van een geneesmiddel (criterium B1), en het (genees)-middel moet de symptomen kunnen veroorzaken (criterium B2). Een seksuele disfunctie door een middel/medicatie die het gevolg is van een voorgeschreven behandeling voor een psychische stoornis of een somatische aandoening moet zijn begonnen tijdens het gebruik van de medicatie (of tijdens de onttrekking daarvan, als bij de betreffende medicatie een ont­trek­kings­syn­droom bestaat). Zodra de behandeling is gestaakt, zal de seksuele disfunctie meestal binnen enkele dagen tot weken verbeteren of verdwijnen (afhankelijk van de halfwaardetijd van het (genees)middel en de aanwezigheid van een ont­trek­kings­syn­droom). De classificatie seksuele disfunctie door een middel/medicatie mag niet worden toegekend als de aanvang van de seksuele disfunctie voorafgaat aan de intoxicatie door of onttrekking van het (genees)middel, of als de symptomen gedurende een aanzienlijke periode (dat wil zeggen meestal langer dan een maand) aanhouden vanaf het moment van de ernstige intoxicatie of onttrekking.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.