De kennis over comorbiditeit bij de seksueel-sadismestoornis is grotendeels gebaseerd op onderzoek bij mensen (vrijwel altijd mannen) die zijn veroordeeld voor criminele activiteiten met sadistische daden jegens niet-instemmende slachtoffers. Deze comorbiditeiten zijn dus wellicht niet van toepassing op mensen die in aanmerking komen voor de classificatie seksueel-sadismestoornis vanwege persoonlijke lijdensdruk door hun seksuele interesse, maar nooit sadistische daden met een niet-instemmend slachtoffer hebben gepleegd. Stoornissen die vaak samengaan met de seksueel-sadismestoornis zijn bijvoorbeeld andere parafiele stoornissen. Volgens een onderzoek in Finland onder de algemene bevolking hielden mensen die seksueel sadistisch gedrag hadden vertoond zich ook bezig met andere typen parafiel gedrag, namelijk (in dalende volgorde van gelijktijdig voorkomen) masochisme (68,8%), voyeurisme (33,3%), transvestisch fetisjisme (9,2%) en exhibitionisme (6,4%).