Het hoofdkenmerk van een kortdurende psychotische stoornis is dat het gaat om minstens een van de volgende positieve psychosesymptomen: wanen, hallucinaties, gedesorganiseerd spreken (bijvoorbeeld frequente ontsporing of incoherentie), en abnormale psychomotoriek, zoals katatonie (criterium A). Een episode van de stoornis duurt minstens één dag, maar korter dan één maand, en de betrokkene beleeft uiteindelijk een volledig herstel naar het premorbide niveau van functioneren (criterium B). De stoornis kan niet beter worden verklaard door een depressieve- of bipolaire-stemmingsstoornis met psychotische kenmerken, door de schizoaffectieve stoornis, of door schizofrenie, en kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel (zoals een hallucinogeen) of aan een somatische aandoening (zoals een subduraal hematoom) (criterium C).
Behalve naar de vier in de classificatiecriteria genoemde symptoomdomeinen is het van groot belang dat ook wordt gekeken naar de symptoomdomeinen cognitie, depressiviteit en manie, om zo het cruciale onderscheid te kunnen maken tussen de verschillende schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.