Werkwijze bij de diagnostiek
Werkwijze bij de diagnostiek
Het hoofdkenmerk van de conversiestoornis in de DSM-5 is de aanwezigheid van symptomen of uitvalsverschijnselen van de motorische of sensorische functies, waarbij blijkt dat het symptoom inconsistent of incompatibel is met een bekende neurologische of andere somatische aandoening. De gepresenteerde verschijnselen kunnen wisselend aanwezig zijn en bestaan bijvoorbeeld uit motorische symptomen, sensorische symptomen, een afgezwakt of geheel afwezig stemvolume of episoden die kunnen lijken op een epileptische aanval.
De symptomen zijn niet-fysiologisch, wat betekent dat er geen overeenkomende, erkende neurologische of andere somatische oorzaak is. Een voorbeeld is een tremor die verdwijnt bij afleiding wanneer de persoon in kwestie wordt gevraagd een bepaalde taak uit te voeren. Neurologische en andere somatische aandoeningen moeten als oorzaak van de symptomen worden uitgesloten.
In de DSM-IV staat dat wordt verondersteld dat het symptoom of uitvalsverschijnsel samenhangt met psychische factoren. In de DSM-5 kunnen deze (psychische) factoren of conflicten ook aanwezig zijn en al dan niet relevant zijn voor de ontwikkeling van symptomen (bijvoorbeeld iemand die dysfonie ontwikkelt na het getuige zijn van een emotioneel traumatische gebeurtenis), maar ze zijn niet relevant voor de classificatie omdat deze stressoren niet altijd duidelijk zijn op het moment dat de classificatie voor het eerst wordt toegekend.
In de DSM-IV werd voor de classificatie conversiestoornis vereist dat het symptoom of uitvalsverschijnsel niet met opzet wordt veroorzaakt of voorgewend. Dit criterium is in de DSM-5 verdwenen, omdat het voor clinici lastig kan zijn op betrouwbare wijze te bepalen wat de onderliggende drijfveren voor het produceren van de neurologische symptomen kunnen zijn. Maar als er aanwijzingen zijn dat de symptomen met opzet zijn geproduceerd, zou de classificatie conversiestoornis niet moeten worden toegekend; in dat geval komt de nagebootste stoornis of simuleren eerder in aanmerking. De classificatie mag niet worden gebaseerd op de ogenschijnlijke aanwezigheid van secundaire ziektewinst.
Specificaties betreffen onder andere het type symptoom, het beloop en de aanwezigheid van stressoren. Symptoomspecificaties zijn onder andere: met parese of paralyse, met abnormale bewegingen, met sliksymptomen, met spraaksymptomen, met aanvallen of convulsies, met anesthesie of sensibiliteitsverlies, met speciale zintuiglijke symptomen of met gemengde symptomen. Het beloop kan worden beschreven met: acute episode of persisterend. Een extra specificatie is: met psychische stressor of zonder psychische stressor.