Bestudeer de volgende casus

Bestudeer de volgende casus

De 46-jarige heer Adriaansen wordt door zijn neuroloog naar de psychiatrische polikliniek verwezen vanwege insulten die in de afgelopen zes maanden zijn toegenomen. Hij heeft een epileptische aandoening sinds hij een jaar of 20 is, maar de frequentie van de episoden was afgenomen tot één of twee keer per week. Naar eigen zeggen heeft hij zijn medicatie volgens voorschrift ingenomen. Zijn vrouw was bij de episoden aanwezig en meldt dat de recente insulten er anders uitzien dan voorheen. Bij zo’n ‘nieuw’ insult verstijft de heer Adriaansen eerst, dan valt hij op de grond en begint hij met zijn armen en benen ‘om zich heen te maaien’. Soms schreeuwt hij iets. De insulten komen één of twee keer per week voor en gaan niet gepaard met incontinentie, terwijl dat bij de eerdere insulten wel het geval was. Ze vertelt ook dat de laatste aanval is opgetreden vlak nadat haar man ruzie had gekregen met hun tienerdochter toen zij door een leraar was betrapt op alcoholgebruik. Zijn vrouw is bang dat haar man door de aanvallen niet meer kan autorijden, maar hij lijkt zich daar zelf niet echt zorgen om te maken, en ook niet om de verergering van zijn symptomen. Patiënt is door de neuroloog onderzocht en deze heeft bevestigd dat deze een voor­ge­schie­de­nis met insulten heeft, maar dat de anti-epileptica bij hem therapeutisch werken. Er is geen epileptiforme activiteit waargenomen tijdens een eeg (elektro-encefalogram) met vi­deo­re­gi­stra­tie, waarop met succes een van zijn atypische episoden is geregistreerd. De heer Adriaansen is overigens gezond, drinkt geen alcohol en gebruikt geen drugs. Hij is negentien jaar getrouwd en heeft twee dochters in de leeftijd van 12 en 17 jaar.

De heer Adriaansen is bekend met epilepsie maar zocht hulp wegens een verhoogde frequentie van zijn insulten, ondanks dat hij zich aan zijn medicatie had gehouden. De insulten van de afgelopen periode zijn anders dan die in het verleden, en het om zich heen slaan en het schreeuwen tijdens de insulten komen niet overeen met de gewoonlijke verschijnselen die bij epilepsie worden gezien. Een grondig onderzoek door zijn neuroloog heeft geen neurologische oorzaak voor de nieuwe episoden aangetoond. Patiënt is man en 46 jaar oud, wat atypisch is voor een con­ver­sie­stoor­nis, aangezien deze stoornis vaker bij vrouwen voorkomt en de beginleeftijd van niet-epileptische aanvallen doorgaans tussen de 30- en 40-jarige leeftijd ligt. Toch komt de heer Adriaansen in aanmerking voor de classificatie con­ver­sie­stoor­nis, in combinatie met de epileptische stoornis waarmee hij al bekend was. Het conflict met zijn tienerdochter heeft mogelijk bijgedragen aan het begin en de verergering van zijn pseudo-epileptische aanvallen. Het kan voorkomen dat iemand niet of nauwelijks bezorgd is over het verergeren van de symptomen (la belle indifférence) maar dit is niet specifiek voor de con­ver­sie­stoor­nis.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.