De 31-jarige mevrouw Özdemir wordt per ambulance de SEH binnengebracht na een acuut begin van rechtszijdige parese. Op haar werk als administratief medewerker bij een groot advocatenkantoor kreeg zij tijdens een vergadering een verdoofd gevoel in haar rechterhand en werd ze duizelig. Ze meldt dat ze zich licht in haar hoofd en duizelig voelde en de vergadering had verlaten om even rustig te gaan zitten. In het daaropvolgende uur werd haar rechterhand slap en kon ze geen kop koffie meer vasthouden. De parese breidde zich geleidelijk uit naar haar been; toen zij bij de SEH binnenkwam, kon zij haar rechterbeen niet meer bewegen. Bij lichamelijk onderzoek maakt patiënte een angstige indruk en vertelt ze dat zij in de vergadering aan een project had gewerkt waarvan de deadline nabij was. Bij spierkrachtmeting kan mevrouw Özdemir haar rechterbeen niet optillen. Haar diepe peesreflexen zijn normaal. De arts vraagt haar in rugligging met weerstand haar linkerbeen op te tillen, terwijl hij zijn hand onder haar rechterhiel legt. Bij deze beweging voelt hij een neerwaartse druk van de rechterhiel tegen zijn hand; het been dat ze even daarvoor niet kon heffen (positief teken van Hoover). Mevrouw Özdemir zegt geen alcohol of andere middelen te gebruiken.
Patiënten met een conversiestoornis (functioneel-neurologisch-symptoomstoorni) komen in veel gevallen naar de SEH, vooral als het begin acuut is. Hoewel de symptomen niet overeenkomen met een neurologische of andere somatische aandoening, moet er natuurlijk wel goed somatisch onderzoek worden verricht. Als een somatische ziekte is uitgesloten, moet gedacht worden aan een conversiestoornis. In deze casus blijkt de parese van mevrouw Özdemir niet-fysiologisch te zijn, omdat er geen neuropathologische oorzaak is te vinden en de symptomen niet consistent zijn (bijvoorbeeld positief teken van Hoover, inconsistente kracht bij heupextensie). De stressvolle werkomgeving lijkt een luxerende factor voor de klachten te zijn geweest, maar voor het toekennen van de classificatie is de aanwezigheid van een aantoonbaar conflict of aanwijsbare stressor niet vereist. De stoornis begint meestal tussen de 40- en 50-jarige leeftijd en de symptomen komen vaker bij vrouwen voor. Bij deze mensen is zelden sprake van middelenmisbruik.
Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.