Opnemen van de anamnese

Opnemen van de anamnese

De 24-jarige Adil Hassan meldt zich bij zijn huisarts met een pas ontstane tremor van beide handen. De arts vraagt naar het begin, de ernst en de duur van de klachten. Adil vertelt dat de tremoren twee maanden geleden plotseling waren begonnen. Hij vindt het erg vervelend omdat eten en drinken door de tremoren lastig is. Hij heeft ook moeite met schrijven en typen op zijn werk en voelt zich ‘een kluns’. De arts vraagt naar zijn huidige medicatie en Adil zegt dat hij geen medicijnen gebruikt. De arts neemt de familieanamnese door en Adil meldt dat er geen be­we­gings­stoor­nis­sen in de familie voorkomen. De arts informeert naar zijn alcoholgebruik, waarop Adil antwoordt: ‘Ik dronk eerder ieder weekend altijd één of twee biertjes, maar ik heb nu al meer dan een maand niet gedronken.’ De uitkomst van het lichamelijke onderzoek dat de arts verricht is normaal, afgezien van de bilaterale tremoren van beide handen en af en toe een schokkerige beweging in de rechterarm van Adil. Omdat de tremor atypisch is, vraagt de arts of Adil met zijn tenen op de grond wil tikken en andere krachttests wil doen. Terwijl patiënt zich concentreert op deze activiteiten, neemt de tremor af en verdwijnt deze zelfs even. Op de vraag ‘Herinner je je een bepaalde stressor of gebeurtenis die deze tremoren kan hebben veroorzaakt?’ antwoordt Adil ontkennend. De arts gaat door met het controleren op somatische aandoeningen en vraagt ook een aantal la­bo­ra­to­ri­um­on­der­zoe­ken aan om een somatische oorzaak van de symptomen te kunnen uitsluiten.

De arts gaat zorgvuldig na of er een mogelijke somatische oorzaak is van de tremor van Adil, waaronder bijwerkingen van medicatie, een mogelijke erfelijke be­we­gings­stoor­nis en de mogelijke invloed van middelen. Een onderliggende somatische oorzaak lijkt te ontbreken. De arts merkt op dat de tremor niet overeenkomt met een bekende neurologische tremor en dat deze afneemt als patiënt wordt afgeleid. Daarna kijkt de arts naar mogelijke stressoren of conflicten die de symptomen kunnen hebben geluxeerd en bepaalt hij of de patiënt door zijn symptomen functionele beperkingen ondervindt. De arts moet goed op clues letten die erop wijzen dat de klachten opzettelijk worden geproduceerd, omdat dit zou betekenen dat de classificatie con­ver­sie­stoor­nis moet worden uitgesloten.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.