Mevrouw Soutendijk is een 34-jarige vrouw die meldt dat ze geen kippenvlees in haar keuken wil uit angst voor een besmetting met salmonella. Ze maakt zich echter zorgen dat ze door haar angst haar kinderen en echtgenoot voedzaam eten ontzegt dat ze wellicht lekker zullen vinden. Om te beoordelen of er een logische verklaring is voor haar ongerustheid, vraagt de clinicus: ‘Heeft u of een naaste ooit salmonella of een andere door voedsel overgedragen vergiftiging gehad, of is het zo dat u vlees weleens te kort braadt?’ Het ontkennende antwoord van mevrouw Soutendijk is een bevestiging van de onmatige aard van haar ongerustheid. De clinicus vraagt vervolgens: ‘Heeft u ontsmettingsrituelen die u moet uitvoeren als u denkt te zijn blootgesteld aan kippenvlees? Vermijdt u als gevolg van uw angst bepaalde plekken, of vermijdt u daar te eten?’ Mevrouw Soutendijk vertelt dan dat zij het boodschappen doen aan haar man overlaat, en dat ze, als het absoluut nodig is zelf naar de winkel te gaan, de vleesafdeling overslaat en na haar terugkeer thuis twee uur lang onder de douche gaat staan. Ze heeft ook speciale schoenen die ze buiten het huis bewaart en alleen gebruikt voor tripjes naar de supermarkt, en ze heeft tevergeefs geprobeerd om haar man te overreden om hetzelfde te doen. De clinicus vraagt: ‘Hoe heeft dit probleem uw huwelijk en gezinsleven beïnvloed?’, waarop mevrouw Soutendijk antwoordt dat haar man zeer gefrustreerd is en dat haar kinderen haar overmatige ongerustheid ‘gestoord’ noemen. Vervolgens probeert de clinicus informatie te verkrijgen over het ontstaan en de chronologie van haar klachten, andere obsessies en compulsies die ze mogelijk heeft gehad, en eventuele daaraan gerelateerde stemmings- of andere psychiatrische symptomen. Met behulp van andere vragen exploreert hij haar somatische, familie- en sociale geschiedenis.
De clinicus onderzoekt zorgvuldig de oorzaak van deze irrationele vrees, de omvang ervan en de neveneffecten. Hij probeert alle bijbehorende klachten uit te vragen: zowel andere obsessies en compulsies als psychiatrische symptomen die niets te maken hebben met OCS. Door zijn vraag naar eventuele ontsmettingsrituelen of ander vermijdingsgedrag geeft hij mevrouw Soutendijk de gelegenheid rustig te vertellen over potentieel gênante details, waaronder het vermijden van supermarkten, haar reinigingsrituelen en haar verzoek aan haar man om speciale schoenen te dragen als hij voor haar naar de winkel gaat. De anamnese richt zich in het begin op de belangrijkste klacht, waarna de focus breder wordt: de clinicus stelt aanvullende vragen over de klacht en onderzoekt wat de gevolgen ervan zijn en of er andere, gerelateerde of onafhankelijke pathologische bevindingen zijn die klinische aandacht verdienen.
Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.