Differentiële diagnostiek
Differentiële diagnostiek
OCS wordt ook wel een angststoornis genoemd. Wanneer bij iemand die zich ernstig zorgen maakt over een bepaalde trigger of die zich door het uitvoeren van een ritueel tijdelijk gekalmeerd voelt de classificatie OCS wordt overwogen, dient deze persoon ook te worden onderzocht op andere angststoornissen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat het angstig mijden van een specifieke locatie niet wordt veroorzaakt door een aan OCS gerelateerd bijgeloof, maar het resultaat is van een posttraumatische-stressstoornis waarin de bewuste plek verbonden is met een psychotraumatische gebeurtenis in de voorgeschiedenis van de patiënt.
De bijzondere aard van de obsessie of compulsie kan ook duiden op een andere classificatie. Bij iemand met een rigide eetpatroon als gevolg van vermeende overgevoeligheid voor een bepaald ingrediënt kan een eetstoornis een geschiktere classificatie zijn. In het geval van een sociaal teruggetrokken kind met een IQ dat lager is dan gemiddeld, vreemde interesses en repetitieve motorische gedragingen, kan een autismespectrumstoornis wellicht de waargenomen tekorten beter verklaren. Ook kan bij iemand die voortdurend en onnodig zijn e-mail en sociale media checkt, maar die geen andere vormen heeft van controlegedrag, compulsies of obsessies, een verstoorde manier van omgaan met de digitale wereld het best het ziektebeeld omschrijven. Mensen die op een rigide manier hun taken uitvoeren, ervan overtuigd zijn dat ze gelijk hebben, willen dat anderen hun patronen overnemen, en hun rigiditeit niet als problematisch beschouwen, hebben wellicht eerder een dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis dan OCS. Tot slot kan het enigszins ‘egosyntone’ karakter van het gedrag van mensen die in plaats van een tijdelijke vermindering van hun angstgevoelens, juist plezier of spanning lijken te ontlenen aan een repetitieve activiteit (bijvoorbeeld huidpulken, haren uittrekken of pathologisch gokken), eerder wijzen op een drangstoornis of een stoornis in de impulsbeheersing dan op OCS.
Omdat de afzonderlijke symptomen van OCS zo variabel kunnen zijn en gedeeltelijk overlappen met een aantal andere classificaties, dient de differentiële diagnostiek van een patiënt met vermoedelijk OCS breed te worden aangepakt, en mag de classificatie OCS pas worden toegekend nadat andere mogelijke aandoeningen zijn uitgesloten.
Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.