Obsessieve-compulsieve stoornis

Mevrouw Hansen is een 35-jarige alleenstaande vrouw die als bibliothecaris in een uni­ver­si­teits­bi­bli­o­theek werkt. Ze meldt zich voor het eerst bij een psychotherapeut vanwege zich opdringende, angstige gedachten over besmetting. Zij worstelt hier al mee sinds ze begin twintig was. Destijds begon mevrouw Hansen zich zonder aanwijsbare reden zorgen te maken over de wa­ter­voor­zie­ning in het huis dat ze met drie medestudenten deelde. Die zou met bacteriën besmet zijn geraakt door een slecht ri­o­le­rings­stel­sel. Als gevolg van deze bezorgdheid wilde ze het water thuis niet meer drinken en vermeed ze het gebruik van het toilet, uit angst dat het probleem daardoor wellicht zou verergeren en het drinkwater van haar huisgenoten besmet zou raken. Sindsdien is mevrouw Hansen door deze ongerustheid meerdere malen verhuisd, maar na elke verhuizing duurde het slechts kort, meestal een paar maanden, voordat haar angsten terugkwamen. Ze kreeg dan opnieuw angstklachten en begon weer aan verhuizen te denken. In de loop der jaren heeft mevrouw Hansen geprobeerd zichzelf gerust te stellen door veel geld uit te geven aan adviezen van en inspecties door loodgieters, architecten en aannemers, en heeft ze verschillende la­bo­ra­to­ri­um­tests laten doen om de waterkwaliteit te onderzoeken. Geen van deze maatregelen heeft echter blijvende geruststelling opgeleverd.

Mevrouw Hansen besteedt momenteel drie uur per dag aan haar zorgen over een kruisbesmetting tussen het drinkwater- en ri­o­le­rings­sys­teem in haar huis, door zich ervan te vergewissen dat de twee systemen niet op de een of andere manier met elkaar verbonden zijn. Ze wijt haar preoccupatie met dit probleem aan haar beperkte sociale leven en het ontbreken van een liefdesrelatie. Behalve een matig ernstige depressie die meestal volgt op elke verhuizing, heeft mevrouw Hansen geen andere psychiatrische symptomen, met inbegrip van tics. Ze is haar hele leven lichamelijk gezond geweest. Ze drinkt zelden alcohol en heeft nooit andere middelen gebruikt. Als haar nieuwe therapeut haar vraagt om het probleem te beschrijven dat tot haar hulpvraag heeft geleid, begint mevrouw Hansen haar antwoord met deze inleiding: ‘Ik weet dat het gek klinkt en absolute onzin is, maar ik blijf mij er zorgen over maken en kan het niet helpen.’

Op basis van deze korte voor­ge­schie­de­nis lijkt mevrouw Hansen te voldoen aan de DSM-5-criteria voor OCS. Ze heeft terugkerende, hinderlijke, intrusieve gedachten aangaande de angst voor besmetting (de obsessie) en heeft meerdere pogingen gedaan om zekerheid te verkrijgen door middel van inspecties en la­bo­ra­to­ri­um­tests (de compulsie). Haar leven wordt als direct gevolg van haar klachten significant beïnvloed: de veelvuldige verhuizingen hebben ongetwijfeld tot veel instabiliteit geleid, en door haar tijdrovende bezigheden en acties om zichzelf gerust te stellen zijn betekenisvolle sociale of liefdesrelaties voor haar niet goed mogelijk. Gezien het feit dat ze geen drugs gebruikt en geen andere lichamelijke of psychiatrische problemen heeft die haar klachten zouden kunnen verklaren, kan haar beeld niet worden toegeschreven aan andere oorzaken dan OCS. Bovendien beseft mevrouw Hansen duidelijk dat haar klachten irreëel zijn, en is ze desondanks niet in staat om die zonder hulp van anderen onder controle te houden. Als zodanig heeft ze een ‘goed realiteitsbesef’ bij haar klachten.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.