Differentiële diagnostiek

Differentiële diagnostiek

De stemming van mensen met een dissociatieve iden­ti­teits­stoor­nis kan zeer snel omslaan, binnen enkele minuten of uren. Dit is het gevolg van het wisselen tussen de verschillende identiteiten, waarvan bijvoorbeeld één een actieve, vrolijke per­soon­lijk­heids­toe­stand inhoudt en een ander meer depressief lijkt te zijn. De aanwezigheid van dergelijke stem­mings­wis­se­lin­gen kan worden verward met een bipolaire-stem­mings­stoor­nis met rapid cycling.

Psychotische stoornissen kunnen lijken op de dissociatieve iden­ti­teits­stoor­nis. Fragmentatie van de identiteit kan worden verward met een waanstoornis, en de innerlijke communicatie tussen gedissocieerde identiteiten kan lijken op de auditieve hallucinaties bij schizofrenie. DIS kan ge­dif­fe­ren­ti­eerd worden van een kortdurende psychotische stoornis doordat de dissociatieve symptomen in het beeld op de voorgrond staan en er sprake is van incidentele amnesie voor de episode.

Andere overwegingen bij de differentiële diagnostiek van de dissociatieve iden­ti­teits­stoor­nis zijn de volgende. Post­trau­ma­ti­sche flashbacks, amnesie of affectieve afstomping wijzen op PTSS. Somatische symptomen in de vorm van veranderingen in het zintuiglijke of motorische functioneren kunnen duiden op een con­ver­sie­stoor­nis (functioneel-neurologisch-symp­toom­stoor­nis). Seksueel misbruik in de voor­ge­schie­de­nis, waardoor innerlijke conflicten over iemands seksualiteit, lichaamsvorm en uiterlijk kunnen ontstaan, wijst op de mogelijkheid van een voedings- of eetstoornis of een seksuele disfunctie. Gen­der­ver­war­ring als gevolg van een cross-gender-identiteit kan aanleiding zijn voor een differentiële diagnostiek met genderdysforie. De dissociatieve iden­ti­teits­stoor­nis kan zich met symptomen manifesteren die lijken op die van sommige epileptische stoornissen, in het bijzonder complexe partiële convulsies met de focus in de temporale kwab. Symptomen die samenhangen met de directe fysiologische effecten van een middel kunnen van de dissociatieve iden­ti­teits­stoor­nis worden onderscheiden indien kan worden geconcludeerd dat een middel (bijvoorbeeld een drug of geneesmiddel) etiologisch samenhangt met de stoornis. De nagebootste stoornis of simuleren is ook een mogelijkheid en deze is herkenbaar door aanwijzingen voor bewuste manipulatie van informatie over de symptomen. Bij dissociatieve amnesie betreft het daarentegen aspecten van de identiteit of de ervaring.

Veel mensen met DIS hebben comorbide depressieve symptomen, die vaak ernstig genoeg zijn om aan de criteria voor een depressieve episode te voldoen. Bij iemand met DIS en een depressieve stoornis zijn de meeste of alle per­soon­lijk­heids­toe­stan­den depressief. Mensen met een dissociatieve iden­ti­teits­stoor­nis manifesteren zich vaak met identiteiten die kenmerken bevatten van per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen, hetgeen aanleiding is voor differentiële diagnostiek met een per­soon­lijk­heids­stoor­nis, met name het borderlinetype. Comorbiditeit is ook mogelijk, vooral als er in de kindertijd een ernstig psychotrauma is geweest en er sprake is van depressiviteit. PTSS is een veelvoorkomende differentieel-diagnostische of comorbide stoornis. Stabilisatie van dissociatieve en post­trau­ma­ti­sche symptomen kan nodig zijn voordat een comorbide per­soon­lijk­heids­stoor­nis kan worden vastgesteld.

Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.