Differentiële diagnostiek

Differentiële diagnostiek

Boulimia nervosa moet worden ge­dif­fe­ren­ti­eerd van andere voedings- en eetstoornissen, waaronder anorexia nervosa, eetbuien-/purgerende type; en de eetbuistoornis. Het belangrijkste verschil tussen boulimia nervosa en anorexia nervosa van het eetbuien-/purgerende type is het actuele lichaamsgewicht. Het komt vaak voor dat de classificatie op basis van iemands lichaamsgewicht verandert; het actuele lichaamsgewicht en het gedrag zijn daarom van belang. Als de eetbuien en het purgeren alleen optreden tijdens periodes met een laag gewicht, wordt niet aan de criteria voor boulimia nervosa voldaan. De classificatie eetbuistoornis mag worden toegekend als er geen sprake is van compensatoir gedrag. Er zijn ook neurologische en andere somatische aandoeningen, zoals het syndroom van Kleine-Levin, die het eetgedrag kunnen beïnvloeden, maar daarbij is geen sprake van te veel waarde hechten aan het figuur en gewicht. Een sombere stemming komt bij boulimia nervosa veel voor, en overeten komt vaak voor bij een depressieve stoornis met atypische kenmerken. Het te veel waarde toekennen aan lichaamsvorm en gewicht, en compensatoir gedrag komen bij de depressieve stoornis echter minder vaak voor, behalve bij comorbiditeit met boulimia nervosa. Eetbuien kunnen ook bij een borderline-per­soon­lijk­heids­stoor­nis voorkomen bij wijze van impulsief gedrag, maar ook dan is er geen sprake van een overwaardering van het figuur en het gewicht.

Mensen met boulimia nervosa melden vaker negatieve gevoelens en een sombere stemming dan gezonde mensen. Zij zeggen zich vaak ontevreden te voelen over hun lichaam en hebben vaak meerdere diëten geprobeerd om hun figuur of gewicht onder controle te krijgen. Dit onsuccesvol diëten leidt dan vaak weer tot ontregeld eetgedrag, zoals periodes waarin de voedselinname wordt beperkt, gevolgd door eetbuien en purgeren. Bij sommige mensen hangen de eetbuien sterk samen met hun stemming en dienen zowel de eetbuien als het purgeren om de stemming te verbeteren. Bij anderen kan er sprake zijn van een sterke hunkering (craving) naar voedsel of een eetobsessie, gevolgd door schuldgevoelens en schaamte over het eten en de vrees om zwaarder te worden. Deze schuldgevoelens, schaamte en vrees zijn de motor voor het compensatoire gedrag.

Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.