Opnemen van de anamnese

Opnemen van de anamnese

Als Anna, een 17-jarig meisje, voor het eerst meldt dat ze eetbuien heeft, is ze daar wat vaag over en zegt ze: ‘Ja, dat heb ik weleens gedaan.’ De onderzoeker wil eerst een idee krijgen van wat voor haar een normale eetbui is door haar te vragen haar recentste en normaalste eetbui te beschrijven. Patiënte antwoordt: ‘Nou, ik heb een kom muesli gegeten en toen een zak chips, twee appels en een paar koekjes.’ Om na te gaan hoeveel voedsel het precies betrof en er zeker van te zijn dat dit een eetbui was, vraagt de onderzoeker hoe groot de zak chips was en wat voor en hoeveel koekjes het waren. Anna antwoordt: ‘Het was een gewone zak chips — dus geen ge­zins­ver­pak­king, maar ook niet zo’n klein zakje. De koekjes waren van die chocolate chip cookies. Ik denk dat ik er acht opheb — een hele rij uit het pakje.’ Op de vraag: ‘Had je het gevoel dat je de controle kwijt was?’ antwoordt patiënte: ‘O, zeker weten. Ik kon gewoon niet meer stoppen. Vooral niet bij de chips en de koekjes.’ Nu de onderzoeker eenmaal heeft vastgesteld dat het een echte eetbui was, en de criteria heeft nagelopen, is de volgende vraag wat de frequentie is. ‘Hoe vaak heb je in de afgelopen maand zo’n eetbui gehad?’ Anna antwoordt: ‘Ik denk één of twee keer per week … dus ongeveer zes in de afgelopen maand.’ De onderzoeker vraagt hierop door: ‘En in de twee maanden daarvoor? Had je in die periode ook een of twee keer per week een eetbui?’ Anna antwoordt: ‘Ja, het is eigenlijk al best een tijdje zo. Misschien wel al zes maanden. Het begon met af en toe een eetbui, maar langzaam maar zeker gebeurde het steeds vaker.’ Om erachter te komen of Anna ook compensatoir gedrag vertoont, vraagt de onderzoeker of ze zichzelf laat braken of laxantia of diuretica gebruikt om haar figuur of gewicht onder controle te houden, of de calorieën van de eetbuien kwijt te raken. Anna antwoordt: ‘Ik heb een paar keer geprobeerd over te geven, maar het lukte me niet zo goed. Toen bedacht ik me dat ik gewoon meer moest gaan bewegen op de dagen waarop ik meer eet.’ De onderzoeker wil vervolgens achterhalen of haar li­chaams­be­we­ging buitensporig is, door te vragen hoe vaak, hoelang en hoe intensief ze beweegt en te vragen of Anna vanwege het sporten andere dingen laat schieten. Patiënte zegt: ‘Nou, als ik een eetbui heb gehad, ga ik niet met vrienden afspreken, omdat ik weet dat ik anders niet kan sporten en mijn huiswerk niet afkrijg.’

Bij onderzoek van een patiënt met boulimia nervosa dient de onderzoeker eerst te beoordelen of het gedrag voldoet aan een volledige episode zoals die is beschreven in de DSM-5. Voor eetbuien betekent dit dat de hoeveelheid voedsel groter moet zijn dan de meeste mensen in vergelijkbare omstandigheden zouden eten en dat de betreffende persoon tijdens het eten het gevoel heeft de controle kwijt te zijn. Als het compensatoir gedrag bestaat uit li­chaams­be­we­ging, moet de onderzoeker nagaan of dit buitensporig is en is bedoeld als compensatie voor het genuttigde voedsel en om gewichtstoename te voorkomen. Veel mensen zeggen dat ze bewegen om af te vallen, maar voor de classificatie boulimia nervosa moet dit andere zaken in de weg staan, op ongeschikte momenten gebeuren of tegen medisch advies ingaan; hieruit blijkt dat iemand een drang tot bewegen heeft en dat het bewegen een compulsieve aard heeft. Tot slot moet de onderzoeker nagaan of dit gedrag in de afgelopen drie maanden minstens één keer per week heeft plaatsgevonden.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.