Samenvatting
Samenvatting
► Het obstructieve-slaapapneu-/hypopneusyndroom wordt gekenmerkt door snurken, waargenomen apneus (pauzes in de ademhaling), snuiven of hijgen tijdens de slaap, en/of overmatige slaperigheid overdag, vermoeidheid of een niet-verkwikkende slaap.
► Voor de classificatie is een polysomnografisch onderzoek vereist.
► Obstructieve slaapapneu/hypopneu kan worden vastgesteld als uit polysomnografie blijkt dat iemand een AHI heeft van minstens 5 voorvallen per uur, met symptomen van snurken, pauzes in de ademhaling, overmatige slaperigheid, vermoeidheid of een niet-verkwikkende slaap; of een AHI van ≥ 15, ongeacht de symptomen.
► Bij mensen met overmatige slaperigheid is het van belang om te vragen naar slaperigheid tijdens het autorijden.