Opnemen van de anamnese
Opnemen van de anamnese
Willem Schooneveld, 50 jaar, presenteert zich met als voornaamste klacht: ‘Ik ben altijd moe!’ De onderzoeker beoordeelt allereerst of het slaperigheid is (in slaap dreigen te vallen) of vermoeidheid (laag energieniveau) wat de patiënt ervaart. Hij vraagt vervolgens naar de duur en de ernst van de belangrijkste klacht. Het kan nuttig zijn om aanvullende informatie te verzamelen van een bedpartner, maar als die er niet blijkt te zijn, stelt de onderzoeker de volgende vragen aan de heer Schooneveld: ‘Heeft iemand u ooit verteld dat u snurkt? Heeft iemand u ooit verteld dat het lijkt alsof u tijdens uw slaap stopt met ademhalen? Wordt u weleens naar adem snakkend wakker of met het gevoel dat u op adem moet komen? Wordt u weleens wakker met een droge mond? Heeft iemand u ooit verteld dat u met uw mond open slaapt? Heeft u een glas water naast uw bed staan, omdat u midden in de nacht vaak dorst hebt?’
Ook neemt de onderzoeker een standaardnacht met de patiënt door: ‘Hoe laat gaat u naar bed? Hoelang duurt het voordat u in slaap valt? Als u eenmaal in slaap bent, wordt u dan weleens wakker? Waardoor wordt u wakker? Hoeveel keer per nacht gebeurt dat? Hoelang duurt het voordat u weer in slaap valt? Hoe laat staat u ’s ochtends op? Als u wakker wordt, voelt u zich dan verkwikt of heeft u het gevoel dat u langer had moeten slapen? Wordt u weleens wakker met hoofdpijn? Doet u weleens expres een dutje? Dommelt u weleens per ongeluk in? Bent u ooit zo slaperig geweest dat u tijdens het autorijden in slaap viel? Heeft u ooit een ongeluk of een bijna-ongeluk gehad, omdat u tijdens het rijden slaperig was? Wat doet u om te voorkomen dat u tijdens het autorijden in slaap valt? Voor welke somatische aandoeningen ziet u geregeld een arts? Heeft u last van hoge bloeddruk, een coronaire hartziekte, brandend maagzuur, astma, allergieën, depressiviteit en/of angst? Heeft iemand in uw familie problemen met slapen?’
Mensen met obstructieve slaapapneu/hypopneu kunnen zich als ofwel slaperig ofwel vermoeid presenteren; de neiging om het woord ‘moe’ te gebruiken is niet specifiek genoeg en kan naar beide symptomen verwijzen. Doorgaans wordt van mensen met obstructieve slaapapneu-/hypopneu gedacht dat ze meer slaperig dan vermoeid zijn, hoewel bepaalde groepen (bijvoorbeeld vrouwen) vaker vermoeidheid melden. Net als bij elke andere klacht dient de onderzoeker de duur, de ernst en de effecten op het functioneren te beoordelen. Het is belangrijk om ook een beoordeling te maken van de mate van slaperigheid van de persoon in kwestie, in het bijzonder als het gaat om autorijden. Bij slaperigheid neemt het risico op een auto-ongeluk immers enorm toe, wat een reden tot zorg is voor mensen met slaapstoornissen. Zoals eerder opgemerkt kan een bedpartner een rol spelen bij de rapportage van waargenomen symptomen tijdens de slaap, maar ook als er geen bedpartner is kan een patiënt in het verleden gehoord hebben dat hij of zij bepaalde symptomen heeft. Het doornemen van een doorsneenacht met de patiënt kan nuttig zijn voor het uitsluiten van andere mogelijke slaapstoornissen, zoals insomnia of circadianeritme-slaap-waakstoornissen, maar ook voor het verkrijgen van aanvullende informatie die de classificatie obstructieve-slaapapneu-/hypopneusyndroom ondersteunt. Als iemand bijvoorbeeld vijf keer per nacht wakker wordt om naar het toilet te gaan en daarna snel weer in slaap valt, wijst dit patroon op obstructieve slaapapneu/hypopneu. Andere gegevens die de classificatie ondersteunen zijn onder meer somatische aandoeningen en de familiegeschiedenis.