Bestudeer de volgende casus
Bestudeer de volgende casus
De 6-jarige Ricky meldt zich met zijn ouders voor een onderzoek naar mogelijke slaapapneu. Ze hebben op het internet informatie gezocht over ADHD en vragen zich af of slaapapneu een verklaring zou kunnen zijn voor Ricky’s huidige gedragsproblemen. Toen hij 3 jaar was, heeft hij de diagnose obstructieve slaapapneu/hypopneu gekregen. Zijn amandelen zijn toen verwijderd, waarna zijn slaap enorm verbeterde, tot ongeveer zes maanden geleden. Zijn ouders hebben gemerkt dat hij zeer onrustig slaapt en tijdens zijn slaap veel beweegt. Hij raakt ook erg bezweet tijdens het slapen. Hij snurkt niet, maar heeft een luide, moeizame ademhaling, en hij lijkt tijdens het slapen alleen door zijn mond te ademen. Hoewel hij in principe klaar was voor groep 3 is er vanwege zijn storende en onoplettende gedrag in de klas besloten dat het beter is dat hij nog een jaar in groep 2 blijft.
Bij het onderzoek zijn Ricky’s vitale functies normaal. Hij is overmatig actief: hij zwaait bijvoorbeeld van de ene naar de andere stoel in de onderzoekskamer, klimt vervolgens op de tafel en probeert daarvan af te springen. Om hem af te leiden moet zijn moeder grote moeite doen. De clinicus neemt waar dat Ricky door zijn mond ademt. Onderzoek van zijn neus onthult een middellijn septum met vergrote neusschelpen. Hij heeft een hoog, gebogen gehemelte, met een Mallampati-score van 3. Polysomnografie van de nachtelijke slaap toont een AHI aan van 7,5 met desaturatie tot 92%.
Hoewel obstructieve slaapapneu/hypopneu bij kinderen minder vaak wordt herkend, komt het ook in deze populatie voor. In tegenstelling tot volwassenen presenteren kinderen hun slaperigheid meestal als hyperactiviteit in plaats van als somnolentie. Het is vaak lastig om een klinisch verslag te verkrijgen van nachtelijke symptomen, vooral bij jonge kinderen met een eigen kamer; sommige ouders horen echter dat hun kinderen snurken of een zware, moeizame ademhaling hebben. Deze kinderen bewegen vaak nogal in hun slaap, slapen in ongewone houdingen, en kunnen tijdens het slapen veel zweten. Ze blijven ook vaak in lengte achter bij hun leeftijdsgenoten en kunnen last hebben van bedplassen na een tijd zindelijk te zijn geweest. De vaststelling van obstructieve slaapapneu/hypopneu en daarop volgend een passende behandeling kunnen de enuresis corrigeren, leiden tot een groeispurt en in sommige gevallen het gedrag overdag verbeteren. Ricky ademt vooral door zijn mond, wat erop wijst dat hij een verstopte neus heeft, hetzij door zijn vergrote neusschelpen (waarschijnlijk als gevolg van allergieën) of door adenoïdhypertrofie. In sommige zeldzame gevallen kan bij een kind het weggehaalde tonsillaire weefsel teruggroeien. Het hoge, gebogen gehemelte duidt ook op de aanwezigheid van een ademhalingsgerelateerde slaapstoornis, omdat het een signaal is dat er minder ruimte is voor de zachte weefselstructuren. Zowel bij kinderen als bij volwassenen moet polysomnografie worden gebruikt om de classificatie te bevestigen. De relatieve ernst bij kinderen is anders dan bij volwassenen, met een lagere drempel voor het aantal ademhalingsvoorvallen dat nodig is om in aanmerking te komen voor de classificatie obstructieve-slaapapneu-/hypopneusyndroom (≥ 1 voorval per uur).