Bestudeer de volgende casus
Bestudeer de volgende casus
De heer Ketelaar is een 42-jarige man met een somatische anamnese waarin een goed gereguleerde hypertensie en hyperlipidemie, en een eerder doorgemaakte coronaire hartziekte en myocardinfarct opvallen. Hij meldt zich bij de psychiatrische polikliniek na doorverwijzing van zijn cardioloog voor een onderzoek naar depressiviteit, nadat hij recentelijk opgenomen is geweest wegens pijn op de borst. Hij is een beetje verontwaardigd over het feit dat hij naar een ggz-hulpverlener is doorverwezen. In de afgelopen acht maanden heeft hij zich geregeld bij een spoedeisende-hulpafdeling gemeld omdat hij bang was dat hij weer een ‘hartaanval’ had. Korte tijd geleden heeft hij een hartkatheterisatie ondergaan, waarbij geen klinisch significante vernauwingen zijn aangetoond. De vader van patiënt is als midden-veertiger aan een myocardinfarct overleden. Volgens de echtgenote van de heer Ketelaar is haar man ‘erg gefocust’ op zijn risicofactoren voor hartziekte, meet hij meerdere keren per dag zijn bloeddruk en wordt hij erg ‘ongedurig’ als hij een dosis van zijn antihypertensiva of statines is vergeten. Patiënt zegt dat hij inderdaad bij de geringste gevoeligheid in de borststreek naar de SEH-afdeling gaat omdat ‘het anders misschien te laat is’. Hij antwoordt ontkennend op vragen naar stemmingsklachten die op een depressieve stoornis kunnen wijzen. Hij meldt dat hij zich steeds opgelucht voelt als zijn arts hem na ieder onderzoek geruststelt dat er ‘geen hartweefsel meer is afgestorven’, maar dat zijn extreme bezorgdheid over de progressie van zijn hartziekte geleidelijk aan steeds weer terugkomt.
Mensen met een somatisch-symptoomstoornis hebben vaak meerdere somatische klachten, maar sommige mensen ervaren slechts één ernstige lichamelijke klacht, zoals pijn op de borst bij de heer Ketelaar. De aanwezigheid van een vastgestelde somatische aandoening, zoals een coronaire hartziekte, sluit de classificatie somatisch-symptoomstoornis niet uit. Het verschil tussen de somatisch-symptoomstoornis in de DSM-5 en de somatoforme stoornissen in de DSM-IV is dat bij die eerste categorie stoornissen geen sprake hoeft te zijn van somatisch onverklaarde klachten. Als er een somatische aandoening optreedt die de somatische klachten en de angst over de gezondheid kan verklaren, dienen de bijkomende abnormale gevoelens en gedragingen buitensporig te zijn. Deze casus betreft een somatisch-symptoomstoornis bij een man, maar de stoornis komt vaker bij vrouwen voor. De heer Ketelaar heeft excessieve maladaptieve gedachten, gevoelens en gedragingen die verband houden met zijn klacht, pijn op de borst, en die samenhangen met zijn ongerustheid over het opnieuw krijgen van een myocardinfarct. Zijn klachten en ongerustheid zijn aanhoudend aanwezig en roepen angst op; ook besteedt hij uitermate veel tijd aan deze zorgen over zijn gezondheid. De cognitieve vervormingen zijn onder andere het geven van catastrofale interpretaties aan normale lichamelijke gewaarwordingen. De zorgen over de gezondheid, die vaak direct te maken hebben met de somatische klachten, nemen in het leven van de betreffende persoon doorgaans een centrale rol in, domineren zijn of haar intermenselijke relaties en beperken zijn of haar psychosociale functioneren. Mensen met een somatisch-symptoomstoornis melden zich vrijwel altijd eerst binnen de algemene gezondheidszorg, omdat zij zijn gericht op hun somatische klachten en niet op psychische.