Opnemen van de anamnese
Opnemen van de anamnese
De 27-jarige Regina van Aken wordt doorverwezen door haar huisarts wegens meerdere somatische klachten. Ze is er niet erg over te spreken dat haar huisarts haar naar een ggz-hulpverlener heeft doorverwezen, omdat zij er zelf van overtuigd is dat haar gezondheidsproblemen lichamelijk van aard zijn. Ondanks de defensieve houding van patiënte, kan de clinicus wel vaststellen dat Regina erg onder haar klachten lijdt en dat deze haar functioneren in ernstige mate beperken. Haar lichamelijke klachten komen tijdens het onderzoek volop ‘in de schijnwerpers’ te staan omdat zij haar somatische klachten bij vrijwel elk antwoord te berde brengt.
De onderzoeker vraagt aan haar: ‘Kun je vertellen hoe je over je klachten denkt en wat volgens jou de oorzaak zou kunnen zijn?’ Regina geeft direct antwoord en zegt stellig dat de symptomen volgens haar een voorbode zijn van iets heel ernstigs en dat haar artsen haar niet serieus nemen. Ze voegt daaraan toe dat ze uitermate gefrustreerd is geraakt over de in haar ogen tekortschietende medische zorg en dat ze het gevoel heeft dat zij in het zorgsysteem geen gehoor vindt. De clinicus stelt vervolgens een paar vragen om te bepalen of patiëntes bezorgdheid veel ernstiger is dan men op grond van haar lichamelijke klachten zou kunnen verwachten. Uit Regina’s antwoorden blijkt dat haar zorgen over haar somatische klachten en gezondheidsproblemen blijven aanhouden, ondanks de vele klinische en poliklinische lichamelijke onderzoeken die zijn gedaan en de vele malen dat zij door haar artsen is gerustgesteld. Zij voegt hieraan toe dat zij door deze problemen uitermate ongerust is geworden over hoe het met haar gezondheid is gesteld. De clinicus gaat hierop door en vraagt Regina hoe haar somatische klachten haar gedrag hebben beïnvloed, waarop zij antwoordt dat zij bang is om aan bepaalde lichamelijke activiteiten deel te nemen omdat zij vreest dat haar klachten daardoor zullen verergeren. Op de vraag hoelang deze klachten al bestaan, antwoordt zij dat zij al langer dan zes jaar klachten ondervindt, maar dat deze niet altijd even ernstig zijn of even vaak optreden. Wanneer zij nader op haar medische voorgeschiedenis ingaat, somt zij meerdere zorgverleners op, noemt zij vele onderzoeken, diverse geneesmiddelen die zijn uitgeprobeerd en vele vage diagnoses, en meldt zij dat er meermaals sprake is geweest van overgevoeligheid voor medicatie.
Op basis van de anamnese van Regina van Aken, komt de classificatie somatisch-symptoomstoornis het meest in aanmerking. Zij vertoont langer dan zes maanden somatische klachten die erg verontrustend voor haar zijn en die haar kwaliteit van leven aantasten. Uit de anamnese blijkt ook dat zij zowel maladaptieve gedachten heeft (bijvoorbeeld catastrofale interpretaties van haar klachten) als abnormale gedragingen in verband met haar lichamelijke klachten (bijvoorbeeld vermijden van bepaalde activiteiten). De aanhoudende focus van mevrouw Van Aken op haar talloze somatische klachten is een primair kenmerk van haar klinische beeld. De intensieve aandacht voor haar lichamelijke klachten en haar ziekteangst domineren het onderzoek en, naar mag worden aangenomen, ook haar sociale en beroepsmatige relaties.
Veel mensen met een somatisch-symptoomstoornis reageren sceptisch op een verwijzing naar een ggz-hulpverlener, omdat zij doorgaans veel weerstand voelen tegen het idee dat er een onderliggend psychisch probleem is. De somatische klachten die zij ervaren, kunnen samengaan met een somatische aandoening, maar gaan dat vaak ook niet (zoals in dit geval). Maar ongeacht de oorzaak van de lichamelijke klachten hebben deze mensen hier werkelijk erg veel last van en is er sprake van een hoge mate van ziekteangst en beperkingen.