Werkwijze bij de diagnostiek
Werkwijze bij de diagnostiek
Oplettende clinici houden altijd de mogelijkheid van een somatisch-symptoomstoornis in hun achterhoofd als zij mensen in hun praktijk tegenkomen met meerdere somatische klachten zoals pijn, seksuele problemen, vermoeidheid of gastro-intestinale klachten. De betreffende personen presenteren hun klachten vaak met veel nadruk en gaan uitvoerig in op hun somatische voorgeschiedenis. Het onderzoek van iemand met een mogelijke somatisch-symptoomstoornis begint met een grondige bestudering van het medisch dossier om te zien of daarin de geëigende lichamelijke onderzoeken zijn verricht en of de genoteerde somatische diagnoses door een arts zijn gesteld. Het is ook nodig om aanvullende informatie van familie en zorgverleners op te vragen, over de klachten, de beperkingen in het functioneren en eerdere onderzoeken of diagnoses (zowel somatisch als psychisch). Deze informatie is vooral belangrijk bij onderzoek van kinderen en ouderen. Het is van belang om hierbij aandacht te schenken aan de status mentalis om te zien of er aanwijzingen zijn voor een stemmings- of angststoornis, aangezien deze stoornissen vaak comorbide met een somatisch-symptoomstoornis voorkomen en deze het klinisch beeld en de daaropvolgende behandeling kunnen compliceren. De clinicus dient de houding van de betreffende persoon ten opzichte van de somatische klachten en zijn of haar ziektegedrag zorgvuldig te beoordelen.
Mensen met een somatisch-symptoomstoornis hebben een of meer somatische klachten waar zij erg ongerust over zijn en/of die leiden tot een aanzienlijke verstoring van hun functioneren. De klachten hangen al dan niet samen met een reeds vastgestelde somatische aandoening. De betreffende persoon lijdt werkelijk onder zijn of haar klachten; dit staat los van de vraag of er voor de lichamelijke symptomen een somatische verklaring is gevonden. Mensen met een somatisch-symptoomstoornis uiten extreme ongerustheid over hun klachten en de mogelijke aanwezigheid van een ernstige aandoening. De maladaptieve gedachten, gevoelens en gedragingen die deze mensen bij hun lichamelijke klachten ervaren, leiden ertoe dat zij het ergste vrezen voor hun gezondheid, dat zij zich uitermate veel zorgen maken, en dat zij extreem veel tijd en energie besteden aan hun gezondheidsproblemen. Het gevolg is vaak dat de lichamelijke klachten centraal komen te staan in de persoonlijkheid van de persoon in kwestie en dat deze de relaties met anderen aantasten (bijvoorbeeld familie, professionele relaties en relaties met zorgverleners).
De hoge lijdensdruk die deze mensen ervaren doordat ze zo gericht zijn op somatische klachten, draagt bij aan een verminderde kwaliteit van leven op het gebied van gezondheid. De aandacht voor somatische klachten leidt vaak tot een hoog gebruik van zorgvoorzieningen; het hoge zorggebruik biedt de betreffende persoon echter maar weinig soelaas voor de somatische klachten of zijn of haar zorgen over de gezondheid. Bovendien blijken mensen met een somatisch-symptoomstoornis vaak intolerant te zijn voor diverse medicijnen of andere therapievormen die zijn bedoeld om een vastgestelde aandoening of bijkomende symptomen te verhelpen. Als gevolg hiervan is de gezondheidszorg in hun beleving vaak frustrerend en/of ontoereikend. Het gevolg van deze frustratie is dat zij vaak meerdere verwijzingen vragen en zorg van meerdere zorgverleners ontvangen. Ook iatrogene gezondheidsproblemen kunnen in dit gecompliceerde klinische beeld een belangrijke rol gaan spelen.
De problemen die iemand met een somatisch-symptoomstoornis ervaart, worden versterkt door zijn of haar extreme maladaptieve cognities en gedragingen. Bij de cognitieve kenmerken van deze stoornis hoort een focus op lichamelijke klachten, waarbij mensen vaak normale lichamelijke sensaties foutief interpreteren als pathologische en inherent gevaarlijke symptomen, die onmiddellijk aandacht vereisen om zodoende ongunstige somatische gevolgen te voorkomen. De gedragsmatige consequentie is dat mensen vaak geneeskundige aandacht zoeken voor hun klachten, dat zij hun gezondheidsparameters angstvallig in de gaten houden (hun bloeddruk bijvoorbeeld), of geruststelling over hun gezondheid zoeken bij familie en vrienden.
Omdat de focus op somatische klachten ligt, zoeken deze mensen in eerste instantie hulp bij de algemene gezondheidszorg. Een verwijzing naar een ggz-hulpverlener wordt door mensen met een somatisch-symptoomstoornis vaak in twijfel getrokken omdat hun primaire symptoom wat hen betreft lichamelijk is en niet psychisch. Sommige mensen met een somatisch-symptoomstoornis weigeren te accepteren dat er een psychische component aanwezig is. Om die reden zijn mensen met deze stoornis doorgaans uitsluitend binnen de algemene gezondheidszorg te vinden.
Specificaties bij de classificatie somatisch-symptoomstoornis betreffen onder andere de actuele ernst (licht, matig of ernstig) en het beloop (persisterend) van de stoornis. Wanneer de somatische klachten vooral uit pijn bestaan, kan de stoornis toepasselijk met de specificatie ‘met voornamelijk pijn’ worden gecodeerd (in de DSM-IV was dit de pijnstoornis).
In de DSM-5 staat: ‘Omdat er een verband is tussen de somatisch-symptoomstoornis en depressieve stemmingsstoornissen, is er een verhoogd risico op suïcide. Of de somatisch-symptoomstoornis ook onafhankelijk van het verband met depressieve-stemmingsstoornissen een verhoogd suïciderisico met zich meebrengt, is onbekend’ (Handboek, p. 442)