Obstructieve-slaapapneu-/hypopneusyndroom
De heer Gerritsen, een 52-jarige man met een voorgeschiedenis van obesitas, hypertensie, diabetes mellitus, gastro-oesofageale refluxziekte en erectiestoornissen, werkt in een gebouw dat een slaaplaboratorium bevat. Hij besloot om zich ook te laten onderzoeken vanwege overmatige slaperigheid overdag. Hij meldt dat hij altijd een harde werker is geweest die veel overuren maakt. Maar in de afgelopen jaren heeft hij meer verantwoordelijkheid gekregen en daarmee heeft hij moeite omdat hij vaak achter zijn computer in slaap valt. Hij geniet van zijn werk en verveelt zich niet, maar hij heeft gemerkt dat het hem niet lukt om wakker te blijven als hij overdag even stilzit. Op sommige dagen doet hij zelfs een dutje in zijn auto voordat hij naar huis rijdt, omdat hij zo moe is dat hij vreest dat hij tijdens de rit in slaap zal vallen. Hij heeft al vele jaren geen bedgenoot gehad, maar hem is in het verleden verteld dat hij snurkt. Af en toe snurkt hij zichzelf zelfs wakker.
Lichamelijk onderzoek toont een bloeddruk aan van 150/90 mmHg, een body mass index van 37, een nekomtrek van 48 cm, en een gemodificeerde Mallampatiscore van 4. Bij polysomnografie van de nachtelijke slaap had de heer Gerritsen een AHI van 54 voorvallen per uur, waarbij zijn langste apneu 69 seconden duurde met een desaturatie tot 70%.
De heer Gerritsen is een klassiek voorbeeld van iemand met het obstructieve-slaapapneu-/hypopneusyndroom. Hij is obees, wat hem vatbaar maakt voor het krijgen van deze stoornis, en hij heeft meerdere comorbide aandoeningen die ermee samenhangen. Bij 60% van de mensen met obstructieve slaapapneu/hypopneu wordt hypertensie gezien, en er zijn aanwijzingen dat de stoornis tot een verminderde insulineresistentie kan leiden. De toegenomen ademarbeid tijdens het slapen kan leiden tot maagzuuroprispingen en ook erectiele disfunctie hangt samen met obstructieve slaapapneu/hypopneu. De heer Gerritsen heeft last van overmatige slaperigheid overdag, wat zich uit door in slaap vallen op momenten dat hij niet actief is. Mensen kunnen ook klagen over cognitieve disfuncties (bijvoorbeeld verminderde concentratie, aandacht of uitvoerende functies). Mensen met obstructieve slaapapneu/hypopneu kunnen de volgende klachten rapporteren: snurken, waargenomen apneus, zichzelf wakker snurken, en moeite met slapen in bepaalde slaaphoudingen (vermoedelijk als gevolg van het positiegebonden dichtvallen van de luchtwegen). Als de persoon in kwestie geen bedpartner heeft, kan het lastig zijn om de voorgeschiedenis van de nachtelijke symptomen te achterhalen. Bevindingen bij het lichamelijk onderzoek kunnen wijzen op obstructieve slaapapneu/hypopneu, zoals het geval is bij de heer Gerritsen. Hij heeft hypertensie, obesitas en een grote nekomvang en er zijn aanwijzingen op basis van zijn Mallampati-score (die wordt gebruikt om mogelijke moeilijkheden bij de intubatie en het risico op slaapapneu te beoordelen) dat hij een verminderde doorgang van de keelholte heeft. Hoewel de voorgeschiedenis en lichamelijke bevindingen duiden op de classificatie, wordt deze uiteindelijk bevestigd door een polysomnografie van de nachtelijke slaap. De heer Gerritsen heeft wat wordt beschouwd als een ernstige obstructieve slaapapneu/hypopneu (>30 voorvallen per uur), met grote zuurstofdesaturatie. Bij een zwaarlijvige patiënt zoals hij moet het obesitas-hypoventilatiesyndroom worden overwogen, bij voorkeur door het meten van kooldioxidegehalten.