Werkwijze bij de diagnostiek
Werkwijze bij de diagnostiek
Voor deze classificatie moet een vrouw lijdensdruk ervaren doordat zij niet in staat is een orgasme te krijgen, of moeten deze seksuele problemen tot significante interpersoonlijke problemen leiden (bijvoorbeeld omdat het haar partner ontstemt, zij zich tekort voelt schieten, haar partner mogelijk niet meer met haar wil vrijen en mogelijk seksuele bevrediging elders gaat zoeken). Niet alle vrouwen hebben moeite met het feit dat zij geen orgasme kunnen krijgen. Aan de andere kant zijn er ook vrouwen die verzwijgen dat zij geen orgasme kunnen krijgen, ondanks dat zij hier wel lijdensdruk van ondervinden, mogelijk omdat zij op andere vlakken wel seksuele bevrediging ervaren of hun seksuele partner niet voor het hoofd willen stoten. Zij hebben mogelijk moeite met het bespreken van seksuele onderwerpen. Het is dus erg belangrijk om de vraag of een vrouw een orgasme kan krijgen ‘op de vrouw af’ te stellen, en er niet op te vertrouwen dat zij dit wel spontaan zal melden. Bij vrouwen die wel een orgasme ervaren, dient dit consequent in de meeste gevallen (minstens 75%) van seksuele activiteit op te treden; vrouwen met een orgasmestoornis ervaren soms, tot maximaal 25% van de gevallen, wel een orgasme. Een belangrijke factor in de diagnostiek van orgasmestoornissen is de vraag of er sprake is van voldoende stimulatie. Niet alle vrouwen ervaren altijd een orgasme bij de coïtus. Veel vrouwen hebben extra stimulatie nodig, bijvoorbeeld door te masturberen of een vibrator te gebruiken. De orgasmes van de vrouw en haar partner treden gewoonlijk niet gelijktijdig op en het kan zijn dat de vrouw na het orgasme van haar partner meer tijd nodig heeft om zelf klaar te komen. Een orgasmestoornis kan op elke leeftijd optreden, vanaf de prepuberale periode tot de late volwassenheid.
Het onvermogen om een orgasme te ervaren (of een zeer vertraagd optreden van een orgasme) moet worden beoordeeld in een heel brede context, waarin meerdere aspecten een rol spelen. De clinicus moet beoordelen of het uitblijven van een orgasme kan worden verklaard binnen het kader van een andere psychische stoornis (bijvoorbeeld een depressieve stoornis); indien dat zo is, wordt de classificatie orgasmestoornis bij de vrouw niet toegekend. De aanwezigheid van een andere seksuele disfunctie (bijvoorbeeld de seksuele-interesse-/opwindingsstoornis bij de vrouw) sluit een classificatie orgasmestoornis bij de vrouw echter niet uit.
In de DSM-5 staan enkele specificaties om deze classificatie nader te specificeren en het behandelplan te preciseren. Bij de classificatie moet worden gespecificeerd of de vrouw in kwestie in geen enkele situatie ooit een orgasme heeft ervaren, of de orgasmestoornis levenslang of verworven is (is gestart na een periode waarin wel orgasmes werden ervaren, of waarin geen orgasmeproblemen als een vertraagd optreden of een verminderde intensiteit werden ervaren), en of de aanwezigheid of beperking gegeneraliseerd optreedt (in vrijwel alle situaties en met alle partners, als er meer dan één zijn geweest), of situationeel (alleen bij bepaalde typen stimulatie, situaties of partners). De clinicus moet daarnaast specificeren of de daarmee gepaard gaande lijdensdruk licht, matig of ernstig is.
De clinicus dient de volgende onderwerpen te beoordelen en te bespreken, ondanks dat deze niet bij de DSM-5-specificaties worden genoemd, en moet daarbij uitgaan van zijn of haar klinische oordeel:
► Relatiefactoren (zoals verschillen in het verlangen naar seksuele activiteit, slechte communicatie)
► Partnerfactoren (zoals de gezondheid van de partner, belangstelling van de partner voor het vermogen van de vrouw om een orgasme te ervaren, of de vraag of de partner voor voldoende stimulatie zorgt)
► Individuele kwetsbaarheden (bijvoorbeeld het verlies van een baan of andere stressoren die een onvermogen tot het krijgen van een orgasme in de hand kunnen werken; veranderingen in de leefomgeving, zoals met veel mensen in één huis wonen of een baby bij zich in de slaapkamer laten slapen)
► Lichamelijke aandoeningen (bijvoorbeeld hypothyreoïdie, artritis)
► Culturele of religieuze factoren (bijvoorbeeld de opvatting dat seks alleen de voortplanting mag dienen)