Differentiële diagnostiek

Differentiële diagnostiek

De differentiële diagnostiek van een orgasmestoornis bij de vrouw betreft onder andere een aantal niet-seksuele stoornissen en symptomen, zoals een depressieve stoornis, een ernstige angststoornis, een psychose of een stoornis in het gebruik van een middel. Wanneer een vrouw echter anorgasmie ervaart en een depressieve stoornis of een andere ernstige psychische stoornis in de anamnese heeft waarvan de symptomen geen anorgasmie bevatten, dan dienen beide classificaties, dus de psychiatrische stoornis (bijvoorbeeld een depressieve stoornis) en de orgasmestoornis bij de vrouw, te worden toegekend. Ook als het onvermogen om een orgasme te krijgen aan de ontwikkeling van de symptomen van een ernstige psychische stoornis voorafgaat (de vrouw is bijvoorbeeld haar leven lang niet in staat geweest om een orgasme te krijgen en is kortgeleden depressief geworden), dient de clinicus zowel de classificatie orgasmestoornis bij de vrouw als de depressieve stoornis toe te kennen. Een orgasmestoornis bij de vrouw kan tegelijk voorkomen met andere seksuele disfuncties (bijvoorbeeld een seksuele-interesse-/op­win­dings­stoor­nis bij de vrouw); daarom sluit de aanwezigheid van een andere seksuele disfunctie een orgasmestoornis niet uit. De differentiële diagnostiek van de orgasmestoornis bij de vrouw omvat ook somatische aandoeningen (bijvoorbeeld multiple sclerose, rug­gen­mer­glet­sel, fibromyalgie en endocriene stoornissen) en in­ter­per­soon­lij­ke factoren (bijvoorbeeld geweld door de levenspartner en ernstige re­la­tie­pro­ble­men). Ook het effect van drugs (bijvoorbeeld opioïden) en medicatie (bijvoorbeeld antidepressiva) dient in de differentiële diagnostiek te worden beoordeeld. De clinicus dient er rekening mee te houden dat zelfs een verhoging van voorgeschreven medicatie het vermogen tot het ervaren van een orgasme kan beperken.

Vrouwen met een orgasmestoornis kunnen diverse bijkomende symptomen ontwikkelen. Zij kunnen zich bijgevolg minder voor seksuele activiteiten gaan interesseren. Geen orgasme kunnen krijgen en vervolgens in­ter­per­soon­lij­ke problemen krijgen die hiermee te maken hebben, kan leiden tot spanning rond het vrijen en depressiviteit over het onvermogen om een orgasme te krijgen. Andere factoren, zoals eisen die haar partner stelt ondanks haar problemen om een orgasme te krijgen of het feit dat haar partner te snel klaarkomt, kunnen leiden tot haar bijkomende symptomen. Wanneer een vrouw erg veel last heeft van haar onvermogen om een orgasme te krijgen, kan dit haar gespannener maken, waardoor zij nog minder interesse krijgt in seks en nog minder opgewonden raakt. Eenmaal in een vicieuze cirkel kan dit tot meer seksuele problemen leiden en tot nog meer (of nieuwe) problemen met het krijgen van een orgasme, en zelfs tot pijn bij het vrijen.

Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.