Opnemen van de anamnese
Opnemen van de anamnese
De 25 jaar oude Britt Steenhouwer meldt zich met seksuele problemen. Zij zegt: ‘Ik kan niet klaarkomen.’ De onderzoeker dient alle aspecten van haar seksuele functioneren grondig te beoordelen en zich dan te richten op haar vermogen een orgasme te krijgen, door haar, als volgt, een aantal vragen te stellen, die geleidelijk aan steeds specifieker worden: ‘Heb je altijd moeite om een orgasme te krijgen? Krijg je uiteindelijk wel een orgasme? Heb je ooit weleens een orgasme gekregen of heb je dit nooit ervaren?’ Wanneer een orgasmeprobleem is vastgesteld, dient de onderzoeker nog een aantal vragen te stellen: ‘Hoelang heb je al moeite om een orgasme te krijgen? Hoe vervelend vind je het dat het niet lukt? Heeft je partner moeite met je probleem? Denk je dat je misschien meer stimulatie nodig hebt om een orgasme te kunnen krijgen? Heb je ooit geprobeerd te masturberen om een orgasme te krijgen? Gebruiken jullie samen een vibrator?’ Het is belangrijk om vast te stellen of er sprake kan zijn van partnerfactoren: ‘Heb je je partner gevraagd je te helpen door meer stimulatie te geven? Komt je partner te snel klaar? Wil je partner per se dat jullie tegelijk klaarkomen? Is je partner gezond?’
De volgende vragen zijn op specifiekere kwesties gericht (om de specificaties te kunnen vaststellen): ‘Heb je altijd moeite gehad om een orgasme te krijgen? Laat ik dit wat duidelijker vragen — heb je in je hele leven nog nooit een orgasme gehad? Kun je in geen enkele situatie een orgasme krijgen? Heb je ook met andere partners geen orgasme kunnen krijgen? Zit dit je erg dwars?’
Met verdere vragen kunnen de classificatie en het probleem als geheel worden uitgevraagd. ‘Is er iets gebeurd toen je voor het eerst moeite kreeg om een orgasme te krijgen? Ben je bijvoorbeeld met nieuwe medicatie gestart (bijvoorbeeld SSRI’s), of is de dosering gewijzigd van een middel dat je al kreeg voorgeschreven? Gebruik je drugs? Wanneer heb je voor het laatst een gynaecologisch of lichamelijk onderzoek gehad? Heb je pijn bij het vrijen? Ben je gelukkig in je relatie? Hebben jullie relatieproblemen? Zijn er problemen thuis of op het werk? Voel je je gestrest? Voel je je somber? Ben je nerveus of gespannen? Heb je ook andere seksuele problemen?’
Om te kunnen vaststellen of er sprake is van een orgasmestoornis moet altijd worden gevraagd of de vrouw in kwestie wel een orgasme kan ervaren, of haar huidige situatie anders is dan haar eerdere vermogen om een orgasme te krijgen, of dat zij nooit, al vanaf haar eerste seksuele ontmoetingen, in staat is geweest een orgasme te krijgen. Daarnaast moet de onderzoeker vaststellen of het onvermogen om een orgasme te krijgen niet is te wijten aan te weinig stimulatie; daarom moet dus worden gevraagd of de stimulatie wel voldoende was en of gebruik is gemaakt van een vibrator of masturbatie. Als het onvermogen om een orgasme te krijgen met zekerheid is vastgesteld en er geen sprake is van te weinig stimulatie, moet de duur van de stoornis worden bepaald (bijvoorbeeld zes maanden versus voorbijgaand en kortdurend) en de mate van lijdensdruk (bijvoorbeeld er erg onder lijden dat het niet lukt om een orgasme te krijgen of klachten van de partner). Aandacht voor specifieke partnerfactoren kan voor het behandelplan van nut zijn; daarom moet de onderzoeker altijd vragen naar eventuele vroegtijdige ejaculatie, communicatieproblemen en verschillen in behoeften op het gebied van seksuele activiteit. Een onvermogen om een orgasme te ervaren kan optreden in het kader van een psychische en somatische aandoening, als bijwerking van medicatie en als gevolg van middelenmisbruik. Omdat veel vrouwen het moeilijk vinden om over hun seksuele problemen te praten, dient de onderzoeker sensitief te zijn maar ook zeker niet om het onderwerp heen te draaien.