Bestudeer de volgende casus

Bestudeer de volgende casus

Jonas Kooy, een 22-jarige twee­de­jaars­stu­dent die daarnaast amateurvoetbal speelt in een hoge klasse, meldt zich bij de psycholoog met klachten van prikkelbaarheid nadat hij zijn vaste plek in de selectie als spits is kwijtgeraakt aan een ander teamlid. Hoewel zijn sportieve prestaties goed waren, is hij zijn plek in de selectie kwijtgeraakt omdat, in de woorden van zijn coach, ‘zijn houding waardeloos is’. Jonas zegt dat de coach ‘wel blind moet zijn als hij niet ziet dat ik beter ben dan de andere spelers — zelfs degenen met de meeste ervaring’. Om aan te tonen dat hij zijn plek in de vaste selectie nooit had mogen verliezen, vertelt hij vol trots hoeveel prachtige doelpunten hij de afgelopen tijd heeft gemaakt. Jonas zegt: ‘Ze vinden mij veeleisend, maar ze hebben me nodig. Zeker weten. Ze hebben me nodig.’ Hij heeft veel kritiek op de andere teamleden en maakt tijdens de wedstrijden vaak kleinerende opmerkingen tegen hen.

Zijn vriendin heeft de relatie met hem onlangs uitgemaakt, en tegen hem gezegd: ‘Ik zal nooit zoveel van je kunnen houden als jij van jezelf houdt.’ Hij lacht hierom, en zegt: ‘Ze zal nog wel spijt krijgen dat ze bij me is weggegaan — ze krijgt het nooit meer zo goed met een ander als ze het met mij heeft gehad.’ Jonas vertelt dat zijn ‘zelfvertrouwen’ altijd een ‘belangrijk onderdeel van zijn spel’ is geweest. Hij vertrouwt op zijn vermogen om het spel te maken of te breken, en door de verdediging van de tegenstander te breken. Hij zegt: ‘Ik moet de beste zijn om te kunnen winnen.’ Hij vertelt dat zijn succes deels te maken heeft met het nemen van risico’s — ‘er keihard voor gaan!’ — en dat zijn coaches hem hierin proberen af te remmen. ‘Dan zeg ik tegen ze — kom op, wie niet waagt die niet wint! Je moet risico’s nemen, anders win je niet.’ Hij heeft zijn hele mid­del­ba­re­school­tijd en in zijn eerste jaren aan de universiteit altijd uitstekend gepresteerd. Ondanks de negatieve feedback van de kant van coaches en teamleden beschouwt hij deze trek van zichzelf als zeer adaptief en productief. Dit patroon van Jonas Kooy is al zijn hele adolescentie en jongvolwassen jaren aanwezig. In zijn familie- en intieme relaties heeft het tot problemen geleid.

Zelfvertrouwen kan een adaptieve eigenschap zijn, vooral in de sport, en sommige van de trekken die met een narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis gepaard gaan, kunnen in zeer specifieke omstandigheden nuttig zijn en positief uitpakken. Maladaptief worden ze echter als ze inflexibel in meerdere settings worden toegepast en in de loop der tijd niet veranderen. Jonas Kooy heeft zijn extreme zelfvertrouwen en bereidheid tot het nemen van risico’s ingezet om competitief te zijn tijdens wedstrijden, en die strategie heeft in zoverre wel gewerkt dat hij succes heeft gehad en een plek in de selectie als spits heeft gekregen. Maar zijn in­ter­per­soon­lij­ke relaties worden er zozeer door verstoord dat hij zijn plek in de selectie is kwijtgeraakt. Bovendien faalt hij als gevolg van zijn rigide patronen ook in andere gebieden van zijn functioneren.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.