Differentiële diagnostiek

Differentiële diagnostiek

Een narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis moet worden onderscheiden van manie of hypomanie, stoornissen in het gebruik van een middel en andere per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen en per­soon­lijk­heids­trek­ken. Grandiositeit wordt ook vaak gezien als onderdeel van een manische of hypomanische episode. Het opgeblazen zelfbeeld dat samenhangt met een bipolaire-stem­mings­stoor­nis moet alleen worden gezien binnen de context van een stem­mingsepi­so­de, terwijl het een duurzame trek is van deze per­soon­lijk­heids­stoor­nis. Andere trekken van de narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis hoeven geen deel uit te maken van een manische of hypomanische toestand.

Een narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis moet ook worden onderscheiden van symptomen die zich kunnen ontwikkelen in samenhang met persisterend of periodiek middelengebruik.

Andere per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen kunnen worden verward met een narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis omdat ze bepaalde kenmerken met elkaar gemeen hebben. De meeste overlap met de narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis kunnen de andere cluster B-per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen hebben (i.e., de antisociale-, borderline- en histrionische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis). Voor de antisociale-per­soon­lijk­heids­stoor­nis is dit het kenmerkende gebrek aan empathie voor en het manipuleren van anderen. De andere twee stoornissen zijn op grond van de andere symptomen in hun DSM-5-beschrijving gemakkelijk van de narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis te onderscheiden. De antisociale-per­soon­lijk­heids­stoor­nis wordt over het algemeen gekenmerkt door het gebrek aan achting voor en het schenden van de rechten van anderen, zoals blijkt uit agressiviteit, bedrog en het ontbreken van berouw, terwijl het gebrek aan empathie bij de narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis het gevolg is van een opgeblazen zelf.

Veel zeer succesvolle mensen vertonen per­soon­lijk­heids­trek­ken die als narcistisch kunnen worden beschouwd. Maar alleen als die trekken inflexibel, maladaptief en persisterend zijn en leiden tot significante beperkingen in het functioneren of subjectieve lijdensdruk, rechtvaardigen ze de classificatie narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis.

Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.