Differentiële diagnostiek

Differentiële diagnostiek

De differentiële diagnostiek van de ex­hi­bi­ti­o­nis­me­stoor­nis is relatief beperkt, omdat de beschrijving van het parafiele gedrag specifiek is — namelijk het laten zien van de eigen genitaliën aan niets­ver­moe­den­de vreemden. Dit gedrag kan uitsluitend optreden binnen een ex­hi­bi­ti­o­nis­me­stoor­nis of in combinatie met een aantal gelijktijdig voorkomende parafiele stoornissen (bijvoorbeeld een voy­eu­ris­me­stoor­nis en een fe­ti­sjis­me­stoor­nis). Ook kan iemand zijn ge­slachts­or­ga­nen aan anderen laten zien tijdens een psychose (waarbij de persoon waarschijnlijk minder kieskeurig is wat betreft de keuze van zijn slachtoffer), een nor­mo­ver­schrij­dend-gedragsstoornis, een antisociale-per­soon­lijk­heids­stoor­nis en een stoornis in het gebruik van een middel (vooral tijdens intoxicatie). De ex­hi­bi­ti­o­nis­me­stoor­nis moet ook worden onderscheiden van nudisme — mensen met een ex­hi­bi­ti­o­nis­me­stoor­nis vertonen dit gedrag meestal niet op plekken waar nudisten zijn.

Het beloop van de stoornis varieert waarschijnlijk met de leeftijd en er is weinig bekend over de persistentie in de tijd als de stoornis zich ontwikkelt in de adolescentie of vroege volwassenheid. Naarmate iemand ouder wordt, nemen ex­hi­bi­ti­o­nis­ti­sche seksuele interesses en handelingen waarschijnlijk af. Als gevolg van een ex­hi­bi­ti­o­nis­me­stoor­nis kunnen depressiviteit en drugsgebruik ontstaan, die vervolgens van invloed zijn op het klinische beeld. De differentiële diagnostiek kan belemmerd worden door ontkenning of bagatellisering van het gedrag.

Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.