Werkwijze bij de diagnostiek
Werkwijze bij de diagnostiek
Bij een adolescent of jongvolwassene zijn het meestal de ouders die een afspraak maken voor een consult. Zij maken zich zorgen omdat hun puber of jongvolwassen kind recent (of al langere tijd) niet lekker in zijn of haar vel zit, zich terugtrekt, gedeprimeerd is, geïsoleerd raakt, spanning en stress ervaart, of ze klagen over zorgelijk en verwarrend agerend gedrag, met mogelijk ook misbruik van alcohol en/of illegale drugs. Het is de ouders vaak ook opgevallen dat de omgang van hun kind met vrienden of op school verstoord is geraakt, dat hij of zij buitensporig veel achter de computer zit, zich stuurs gedraagt, slecht communiceert en op zelfs de meest omzichtig geformuleerde vraag al boos of met vluchtgedrag reageert.
De adolescent in kwestie kan wel of niet duidelijkheid hebben verschaft over de oorzaak van de dysforie. Niet zelden komt deze indirect aan het licht, als een van de ouders stuit op websites op de gezinscomputer, of kleding, spullen, boeken, tijdschriften enzovoort die hun kind had verborgen in een la, op zolder of onder het bed en waardoor ze gaan vermoeden dat er ‘iets niet in orde is’ of ‘iets erg zorgwekkends aan de hand is’ in verband met het gender van het kind. Als de adolescent of jongvolwassene eenmaal in staat is de clinicus te vertrouwen, kan hij of zij verzoeken om het gesprek strikt vertrouwelijk te behandelen, zodat een gesprek met de ouders over hun specifieke ervaringen op dit gebied onmogelijk wordt.
Jonge mensen met genderdysforie geven openheid over hun gender door uiting te geven aan een diepgevoelde hekel aan hun anatomie, secundaire geslachtskenmerken en de rollen en sociale verwachtingen die horen bij het bij de geboorte toegewezen gender. Ze zullen de overtuiging uiten dat zij tot een ander gender behoren, dat op de een of andere manier ‘dit lichaam helemaal verkeerd is’ en dat de overstap naar het gewenste gender de enige manier is om zich ‘compleet’ te voelen, ‘vrede te ervaren’, ‘een vergissing recht te zetten’ of ‘te worden wie ik ben’.
Bovendien kunnen zij er hevig op aandringen dat deze veranderingen snel moeten plaatsvinden, om daarmee te voorkomen dat ze nog meer kenmerken, lichamelijk en sociaal, krijgen van het afgewezen gender. Ze maken zich erg veel zorgen over wat een onmogelijk en kostbaar proces lijkt, dat zonder steun van de ouders onbereikbaar zal blijven voor ‘nog wie weet hoeveel jaren … en zo lang kan ik niet wachten!’
Volwassenen komen over het algemeen op eigen initiatief op het spreekuur. Na eerst uitleg te hebben gegeven over hun non-conformiteit aan het hun toegewezen gender, de duur daarvan, hun ontwikkeling en problematische ervaringen, vragen sommigen van hen om raad over hoe het transitieproces aan te pakken, als ze dit niet al achter de rug hebben; om steun bij het doorlopen van een traject waartoe ze reeds hebben besloten; of om hulp bij het omgaan met de aanpassing aan en het verwerken van de complexe werkelijkheid van na hun transitie. Anderen zijn niet geïnteresseerd in steunende of inzichtgevende psychotherapie maar vragen in plaats daarvan om een formele diagnose, om in aanmerking te komen voor de hormoonbehandelingen of operaties van hun geslachtsdelen en/of andere lichaamsdelen.
Zoals vermeld in de DSM-5 hebben ‘adolescenten en volwassenen met genderdysforie […] voor zij een geslachtsaanpassende behandeling hebben ondergaan, een verhoogd risico op suïcidegedachten, suïcidepogingen en suïcide. Na de behandeling kan de aanpassing variëren en kan het risico op suïcide blijven bestaan’ (Handboek, p. 621).