Genderdysforie bij adolescenten en volwassenen
Frederique is een 38-jarige transseksueel die een verandering van man tot vrouw heeft doorlopen, en een paar jaar voor het consult een geslachtsveranderende operatie heeft ondergaan. Zij groeide op als enig kind in een plattelandsgezin op de Veluwe onder de naam Freek. Bij zijn geboorte kreeg Freek het mannelijke gender toegewezen. Tot halverwege zijn adolescentie verliep zijn kindertijd volgens de verwachtingen die gelden voor een jongen, behalve dan dat hij een duidelijk maar vaag gevoel had dat hij (destijds) ‘anders’ was. Freek hield niet erg van sport en had een voorkeur voor intellectuele activiteiten en gesprekken. Toen hij ongeveer 15 was, kreeg hij een steeds sterker wordend gevoel van vervreemding van zijn mannelijkheid, ten opzichte van zaken als lichaamsbeharing, zijn geslachtsdelen, zijn mannelijker wordende stem, gelaatstrekken enzovoort, en daarbij kwam het verlangen naar het hebben van vrouwelijke kenmerken.
Zelf ontkende Freek/Frederique dit alles: ‘Ik zette het van me af; het was te veel en te ingewikkeld om mee om te gaan. In het achterlijke gat waar ik woonde, was ik zeker het huis uitgezet, in elkaar geslagen door anderen of erger.’ Freek voelde zich emotioneel en seksueel aangetrokken tot vrouwen. Na een paar kortstondige relaties met vriendinnetjes werd hij verliefd op een studiegenootje, met wie hij vlak na zijn afstuderen trouwde, ondanks het feit dat hij zich zeer bewust was van zijn genderambiguïteit. Freek en zijn vrouw kregen drie kinderen, twee meisjes en een jongen. Hij voltooide een masteropleiding bedrijfskunde en vond een goede baan. Als hij alleen thuis was, droeg hij kleding en cosmetica van zijn vrouw. Dan stelde hij zich voor dat hij een vrouw was en voelde een ‘enorme’ opluchting van de permanente spanning die hij was gaan ervaren nu het besef dat hij ‘in werkelijkheid een vrouw’ was steeds sterker werd. Freek had het idee dat hij, door vanaf zeer jonge leeftijd het gevoel te ontkennen dat hij een meisje was, zichzelf en zijn ‘ware aard’ heel erg heeft verloochend.
Hoewel succesvol in zijn werk en blij met zijn kinderen, was Freek verder nogal ongelukkig: hij had last van constante spanning, depressieve gevoelens, ernstige angst, toenemende moeite om seksueel te functioneren en wanhoop over wat te doen. Al snel na de geboorte van hun derde kind vertelde Freek zijn vrouw, die inmiddels op de hoogte was van zijn onvrede met zijn gender en de oorzaak ervan, over zijn plannen voor een transitie naar het vrouwelijke gender. ‘Ik kon het gewoon niet meer aan; toen ik aan zelfmoord begon te denken, wist ik dat het tijd werd om te handelen.’ Hij begon met hormoonbehandelingen, en dat was het moment dat zijn vrouw (tot zijn verdriet) een echtscheidingsprocedure begon; daarna onderging hij operaties om zijn vooruitstekende adamsappel, jukbeenderen en kin minder geprononceerd te maken.
Dat was ook het moment dat ‘hij’ voor de buitenwereld een ‘zij’ werd en werd geconfronteerd met alle bijbehorende ingewikkelde situaties van die transitie. Ook nam hij een meisjesnaam aan, Frederique dus, zoals hij zichzelf in het geheim al jaren noemde.
Uiteindelijk onderging Frederique een geslachtsveranderende operatie. Haar ongelukkigheid nam aanzienlijk af. In de loop der jaren leerde ze haar stem te moduleren naar een hogere toonhoogte en slaagde er behoorlijk goed in over te komen als een biologische vrouw. Alleen blijkt tijdens het verkennen van intimiteit met mannen of vrouwen het conflict over ‘wel of niet uit de kast komen’ wel een grote rol te spelen: dit blijkt een moeilijke keuze tussen eerlijkheid en de kans op afwijzing (of erger).
Haar ouders, inmiddels op leeftijd, konden haar verandering niet accepteren. Met uitzondering van een paar trouwe jeugdvrienden heeft ze nu alleen nog hechte relaties met andere leden van de transgendergemeenschap, die haar ervaringen heel goed kunnen begrijpen en invoelen. Ze vond een uitstekende baan en wordt door de paar collega’s die op de hoogte zijn van haar moeilijke reis gerespecteerd als een buitengewoon moedig persoon.
Bij Freek ontstond het besef dat hij zich vervreemd voelde van zijn toegewezen gender na de puberteit. Dit kwam in eerste instantie tot uiting doordat hij een hekel kreeg aan zijn mannelijke lichamelijke kenmerken; later kwamen hierbij het verlangen naar crossdressing, het gebruiken van make-up en zich in zijn privéleven gedragen als vrouw; en uiteindelijk kwam de wens om zijn genitaliën te laten veranderen. Hij werd verliefd op een vrouw, had seks met haar en trouwde met haar, maar voelde zich in de relatie niet de mannelijke partner van zijn vrouw, maar ervoer haar in fysiek, emotioneel en spiritueel opzicht meer als een in essentie verwante eenheid; de nabijheid van zijn vrouw bood hem de gelegenheid om zich via haar te identificeren met zijn gewenste gender. Het vaderschap bracht geen verandering in zijn overtuiging tot het andere gender te behoren, die inmiddels volledig tot ontwikkeling was gekomen. De onvrede van Freek over zijn paradoxale ambiguïteit werd intens, was constant aanwezig en werd zo sterk dat het omarmen van zijn ‘ware gender’ en de keuze voor een geslachtsveranderende operatie belangrijker werden dan overwegingen over het riskeren van zijn huwelijk, vaderschap, ouderlijk gezin, vriendschappen en sociale en werkomgeving en, in de nieuwe situatie, de angsten, mysteries en grote aanpassingen die een onzekere toekomst met zich meebracht.
De opgaven waarvoor Frederique na de transitie werd gesteld (i.e., na de geslachtsveranderende operatie) leidden tot een ander type onvrede en hadden betrekking op onderwerpen als eerlijkheid, gezinsdynamiek, intimiteit en de lichamelijke aanpassingen aan een andere anatomie. Door misverstanden en doordat zij niet meer paste bij het wereldbeeld van de meerderheid, werd haar sociale wereld de eerste jaren na de transitie kleiner dan vroeger. Maar uiteindelijk vond Frederique haar draai in het gewenste gender, met een identiteit waarbij ze zich prettig voelde, bevredigend werk, een kleine groep vrienden en een liefhebbende partner.