Opnemen van de anamnese
Opnemen van de anamnese
Jos Schoonhoven, een man van 30 jaar, komt op het spreekuur van zijn huisarts vanwege ‘lichte depressiviteit’. Hij gaat gekleed in traditioneel vrouwelijke kleren, heeft een kapsel dat traditioneel vaker bij vrouwen wordt gezien en draagt make-up. Hij stelt zichzelf voor onder de naam José, wat niet klopt met de jongensnaam in zijn medische dossier. Al snel vertelt hij dat hij een hormoonbehandeling en een geslachtsveranderende operatie overweegt en vervolgens het geslacht in zijn paspoort juridisch wil laten veranderen, van man naar vrouw. Hoewel hij zegt dat hij het spreekuur bezoekt om iets aan zijn depressiviteit te doen, begint hij met het geven van uitleg over de genderkwestie die de context lijkt te vormen rond zijn stemmingsklachten. Hij heeft duidelijk een lange voorgeschiedenis van incongruentie tussen zijn ervaren/geuite en het toegewezen gender, die al op de kinderleeftijd begon. Hij beschrijft duidelijk hoe hij hier zijn leven lang onder heeft geleden. De kwesties rondom zijn gender hebben tot veel stress in zijn interpersoonlijke relaties geleid. Hij vertelt te zijn opgegroeid in een streng godsdienstig gezin waar zijn opmerkingen en gevoelens over zijn ‘verkeerde’ gender werden genegeerd. Als gevolg van de druk om ‘normaal te zijn’ heeft hij op school verkering gehad met meisjes, maar seksuele handelingen met meisjes stonden hem erg tegen.
De huisarts vraagt: ‘Wat is voor jou de reden om een geslachtsveranderende operatie te ondergaan?’ Hij antwoordt: ‘Zodat ik het lichaam kan krijgen waar mee ik geboren had moeten worden. Ik ben eigenlijk een vrouw. Ik denk als een vrouw, voel me een vrouw. En ik leef al mijn hele leven in het lichaam van een man. Het is tijd om te worden wie ik altijd geweest ben.’ De huisarts vraagt door over de voorgenomen transitie: ‘Hoe wil je graag aangesproken worden? De naam die je me hebt gegeven wijkt af van die in je medische dossier.’ In eerste instantie lacht de patiënt om deze vraag. Daarna antwoordt hij: ‘Mensen vinden mij een engerd of een “travestiet” of zoiets. Maar dat ben ik echt niet. Ik leef al jaren als vrouw. Ik zit nu in het proces om het “technisch” allemaal op te lossen. Als mijn naam eenmaal wettelijk is gewijzigd in José en ik ben geopereerd, is het gedaan met de verwarring. God zij dank!’ De huisarts knikt begrijpend. De patiënt vraagt: ‘Noem me alsjeblieft José. Dat past beter bij me.’
Deze casus sluit goed aan bij de thema’s rondom de classificatie genderdysforie bij adolescenten en volwassenen. De voornaamste kenmerken zijn duidelijk. Jos(é) voldoet aan minstens twee van de zes criteria en doet dat zes maanden of langer. Het sociale disfunctioneren en lijden van deze persoon bestaan al vele jaren.
Deze casus voldoet niet alleen aan de criteria voor de classificatie maar ook aan de criteria voor de specificatie ‘posttransitie’. Hoewel Jos de medische ingreep of wettelijke naamsverandering nog niet achter de rug heeft, heeft hij zijn genderrol al veranderd van man naar vrouw, bereidt hij zich voor op een hormoonbehandeling en operatie en leeft hij volgens de anamnese al jaren als transgender.
Volwassenen zullen hoogstwaarschijnlijk zonder veel doorvragen een samenhangend, door henzelf verwerkt en geïntegreerd beeld geven. Als het transgenderprofiel eenmaal op tafel ligt en er klaarheid is over de bijbehorende dysforie, is voor de onderzoeker het moment aangebroken voor de differentiële diagnostiek en het krijgen van een gedetailleerd inzicht in de eigen en unieke ervaring en situatie van deze persoon.
Bij adolescenten kan het opnemen van de anamnese meer finesse vereisen. Het kan daarbij helpen om dingen te zeggen als: ‘Ik ben hier om je te begrijpen en helpen, niet om over je te oordelen’; ‘Wat jij ook bent of wilt zijn, het is allemaal prima, zolang je jezelf of anderen geen kwaad doet’; ‘Ik snap dat je veel hebt geleden, dus laten we er samen aan werken om inzicht te krijgen in wat er met je aan de hand is en je lijden proberen te verlichten.’ Het is belangrijk om vragen te stellen over wat de jongere daadwerkelijk innerlijk en in de buitenwereld ervaart: ‘Wat precies voel je dat je bent? Hoelang is dat al zo? Wat voor dingen zou je willen doen als je vrij was om te doen wat je wilt? Hoe zou je je willen kleden? Als wat voor iemand zou je willen dat anderen je zien, en hoe wil je op anderen overkomen? Vertel eens, hoe voel je je over je lichaam? Wat is daar in jouw gevoel precies niet goed aan? En hoe voel je je over je geslachtsorganen?’
Als de antwoorden op deze en andere vergelijkbare vragen eenmaal duidelijk zijn, kan waardevolle diagnostische informatie worden verkregen door een reeks vragen die dieper ingaan op de wereld waarop de jongere hoopt: ‘Hoe stel je jezelf voor dat je dan bent? Wat voor soort beelden van jezelf kloppen volgens jou wel en passen bij je? Hoe zie je er in je dromen uit? Hoe zou je over zeg vijf tot tien jaar graag willen zijn? Wat voor soort liefdespartner zou je graag willen hebben en van welke sekse? Geef eens een beschrijving van wat voor soort lichaam je graag zou willen hebben. Fantaseer je dat je andere geslachtsdelen hebt? Hoe vaak? Hoe stel je je voor dat je leven eruit zou zien als jij je geslacht zou veranderen? Hoe stel je je de reactie voor van je familie, vrienden en de maatschappij als geheel? Welk gevoel geeft dit alles je: goed, slecht, blij, verdrietig, bang, gefrustreerd, boos, angstig? Heb je weleens zelfmoordgedachten gehad? Wat speelt er tussen jou en je vrienden? Hoe past jouw situatie bij je waarden, geloof, principes en ideaalbeeld van jezelf? Had je tijdens je kinderjaren al enig idee van dit alles? Met welke naam wil je graag dat ik je aanspreek? Is er iets wat voor jou belangrijk is en waar ik nog niet naar heb gevraagd?’