Bestudeer de volgende casus
Bestudeer de volgende casus
De heer Overman is 60 jaar als hij op het spreekuur komt. Hij is geboren als vierde kind in een goed bekendstaand, intact en welvarend gezin. Hij had drie oudere broers en een jongere zus. Zijn moeder leeft nog. Hij herinnert zich nog dat zijn moeder hem als kind een keer heeft verteld dat ze graag had gewild dat hij een meisje was geweest (acht jaar later kreeg zij alsnog de dochter naar wie ze verlangde). De heer Overman vond zichzelf als kind ‘een meisjesachtig jongetje’, en was er op latere leeftijd, tijdens zijn adolescentie, in geslaagd ‘een echte man te worden’, doordat hij zichzelf had gedwongen om zich te presenteren als agressief en confronterend: ‘Mijn oudere broers hebben me geleerd hard te worden.’ Hij verborg het zachtere, gevoeligere zelf van zijn kinderjaren en uitte dat alleen via het schrijven van gedichten en het spelen van viool. De middelbare school en universiteit doorliep hij als iemand die zich voelde, gedroeg en werd geaccepteerd als een jonge man als alle anderen op de universiteit. Hij voelde zich aangetrokken tot vrouwen, had verscheidene keren een vriendin en was seksueel ‘competent’.
Tijdens zijn rechtenstudie presteerde de heer Overman heel goed en daarna specialiseerde hij zich tot openbaar aanklager. Hij blonk in die functie uit als een ‘harde, slimme jurist die niet snel van zijn stuk was te brengen’. Hij had een zoon uit zijn eerste en een dochter uit zijn tweede huwelijk. Zijn hele volwassen leven had hij het knagende gevoel dat er iets fundamenteels en essentieels bij hem ontbrak, niet werd vervuld, en hij omschreef dit als ‘een gat’, ‘een verdrietige leegte’. Pas op 45-jarige leeftijd, nadat hij het werk van Carl Jung had gelezen en daarin het begrip ‘anima’ was tegengekomen (de vrouwelijke kant van een mannelijke psyche) begreep de heer Overman zijn gevoelens: ‘Ik was als door de bliksem getroffen: alles viel op zijn plek. Wat er ontbrak was de vrouw in mij; de manier waarop ik mijn haar en nagels zo goed verzorg; het letten op details bij mijn kleding, altijd kleurrijk en vol flair; mijn subtiele maar diepgaande identificatie met iconische vrouwen; het feit dat ik me voor Halloweenfeestjes vaak als vrouw verkleedde en tijdens gewone feestje vaak aansluiting zocht bij groepjes vrouwen; mijn liefde voor koken, bloemschikken, mijn romantische en expressieve vioolspel — het was er allemaal al, ik zag het alleen niet.’
Niet lang daarna begon hij last te krijgen van genderdysforie. Hij had het gevoel dat hij moest scheiden van zijn tweede vrouw, omdat de momenten van rollenspel in een speciaal daarvoor gehuurde kamer, waarin hij begon met crossdressing, het aanbrengen van kleur op zijn wangen en lippen, het dragen van een pruik met lang haar, en zich het ‘gedragen als Brigitte Bardot of Marilyn Monroe’, ‘gewoon niet echt genoeg waren. Ik moest er helemaal voor gaan, elke dag.’ De spanning van ‘het vervullen van een mannelijke professionele rol overdag en leven als mijn vrouwelijke zelf ’s avonds begon me echt op te breken’.
Via internetdating ging hij op zoek naar een levensgezel, en hij vond een vrouw van 65 jaar die privé gekleed ging als man en werkte op een nabijgelegen boerderij, waar ze ‘met het hooien niet voor de beste jongens onderdeed’. Zij heeft geen transgenderbehandeling gehad, is heteroseksueel en heeft nooit in serieuze mate last gehad van genderdysforie.
Bij de heer Overman kwam de gender-non-conformiteit pas op latere leeftijd aan het licht. Al snel daarna overspoelde zijn gevoel een vrouw te zijn volledig zijn vroegere mannelijke identificatie en ging hij die beschouwen als een afweermechanisme tegen zijn tot dan toe nog nauwelijks onderkende vrouwelijke natuur. Toen sloeg de genderdysforie hard toe. Een dergelijk laat begin van genderdysforie is ongebruikelijk. Omwille van logistieke en pragmatische redenen was een volledige transitie naar het vrouwelijke gender geen optie, maar allengs ontstond er een meer realistische acceptatie en uitwerking van een tweeledige leefstijl en nam zijn genderdysforie af tot een minimum.
De clinicus sloot uit dat er sprake was van een transvestiestoornis, omdat de heer Overman ongeacht de kleding die hij droeg of de rol die hij aannam seksueel opgewonden kon raken, en vanwege zijn sterke verlangen om te leven als een vrouw, dat zo ver ging dat hij zelfs overwoog om zijn seksuele anatomie en uiterlijk in algemene zin te veranderen met behulp van hormoonbehandelingen.