Opnemen van de anamnese

Opnemen van de anamnese

Een 42-jarige vrouw komt bij de huisarts omdat ze de overtuiging heeft dat haar man een affaire heeft met iemand anders. De huisarts weet van meerdere familieleden dat deze beschuldigingen vals zijn. Voorbeelden van non-confronterende vragen die de geconsulteerde psychiater aan de vrouw zou kunnen stellen zijn: ‘Wanneer begon u argwaan te krijgen over de affaire van uw man? Hoe bent u erachter gekomen? Heeft u zijn telefoon gecontroleerd of heeft u andere bewijzen? Gelooft u dat hij nog steeds een affaire heeft? Kunt u hier meer over vertellen?’ Bij het screenen op andere typen psychotische syndromen, zoals schizofrenie, dient de clinicus vragen te stellen als de volgende: ‘Hoort u stemmen als u alleen bent of ziet u dingen die andere mensen niet zien? Zijn er dingen op de radio, tv of het internet die in het bijzonder op u gericht zijn? Zijn er mensen die u proberen kwaad te doen, bijvoorbeeld door u te vergiftigen?

’ Bij de screening op stem­mings­stoor­nis­sen kan de clinicus de volgende vragen stellen: ‘Heeft u momenten dat u zich somber voelde (afgezien van het feit dat u denkt dat uw echtgenoot is vreemdgegaan)? Heeft u moeite met slapen of eten? Heeft u problemen op het werk of op school? Gaan uw gedachten heel snel? Heeft u perioden waarin u heel actief bent, veel geld uitgeeft of veel energie heeft (terwijl dit niet bij uw gebruikelijke gedrag hoort)? Raakt u snel uit balans of geïrriteerd? Voelt u zich dichter bij God staan of gelooft u dat u God of een profeet bent?’

Bij het screenen op middelengebruik zou de clinicus kunnen vragen: ‘Hoeveel alcohol drinkt u? Gebruikt u marihuana? Cocaïne? Methamfetamine? Andere middelen? Hoe vaak gebruikt u dit middel — misschien drie of vier keer per week?’

Voor het kiezen van de juiste classificatie zijn psychiaters vaak afhankelijk van aanvullende gegevensbronnen. Soms is deze informatie acuut nodig in crisissituaties, wanneer een patiënt niet goed kan communiceren of geen samenhangend gesprek kan voeren met de clinicus. Is er geen acute situatie, dan is geduld nodig bij het verzamelen van deze gegevens en moet schriftelijke toestemming van de patiënt worden gevraagd. In beide gevallen is het nuttig voor de clinicus om relevante klinische informatie te vragen aan derden, zoals naaste verwanten of vrienden. Mensen met een psychose hebben vaak ge­des­or­ga­ni­seer­de gedachten, wanen of actieve hallucinaties, waardoor het moeilijk, zo niet onmogelijk, is om genoeg informatie te verzamelen voor het vormen van een goed oordeel. Het is doorgaans een vergissing om te vertrouwen op het status-men­ta­lis­on­der­zoek als de enige bron van klinische informatie. Veel clas­si­fi­ca­tie­cri­te­ria voor psychiatrische stoornissen vereisen bijvoorbeeld dat symptomen gedurende een bepaalde tijd aanwezig zijn. Het kan dan misleidend zijn om zich alleen op het verslag van de patiënt te baseren, omdat mensen met deze stoornissen zo veel beperkingen hebben dat ze geen exacte data en plaatsen van de vorige episoden of behandelingen kunnen geven.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.