Opnemen van de anamnese

Opnemen van de anamnese

Tijdens een standaard lichamelijk onderzoek laat de 20-jarige Tessa Buitenhuis vallen dat zij zelden het huis verlaat, waarop de huisarts rustig vraagt: ‘Waarom ga je bijna nooit van huis?’ De arts checkt of zij bang is voor bepaalde plekken, om buitenshuis te zijn, of om in het openbaar een paniekaanval te krijgen. Tessa blijkt bang te zijn voor interacties met mensen, maar zegt niet waarom. De huisarts vraagt daarom verder door: ‘Ben je bang dat iemand je zal kwetsen? Ben je bang dat je jezelf in verlegenheid brengt?’ De patiënte zegt niets en knikt meerdere malen, maar geeft uit zichzelf geen toelichting. Na een korte pauze vraagt de arts: ‘Ben je bang om in het bijzijn van andere mensen iets verkeerds te zeggen of iets verkeerds te doen?’ Hij onderzoekt of deze angsten wanen zijn of gewoonweg duiden op de zorg dat anderen in de sociale omgeving kritisch zijn naar de patiënt toe.

De arts probeert ook na te gaan of de patiënt een depressieve stoornis, een au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis of andere stoornissen heeft. Dan vraagt hij: ‘Als je deze angstklachten niet zou hebben, zou je dan graag naar buiten gaan en met andere mensen omgaan?’ Hij bepaalt hoelang de patiënt deze symptomen heeft gehad en of ze langer dan zes maanden hebben geduurd. Ook checkt hij of Tessa gedachten heeft aan, of intenties en/of plannen heeft om zichzelf of iemand anders van het leven te beroven; aan de criteria voor de stoornis in het gebruik van alcohol of een ander middel voldoet; (genees)middelen neemt die angst kunnen veroorzaken; en klachten en verschijnselen heeft van somatische aandoeningen. Vervolgens gaat de arts nauwkeurig na waarom Tessa niet naar buiten wil. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat sociale angst ervoor kan zorgen dat het voor een patiënt moeilijk is om dit te bespreken (omdat hij of zij bijvoorbeeld bang is voor de afkeuring van de arts). De huisarts probeert enkele andere psychiatrische stoornissen, waaronder agorafobie, uit te sluiten die ver­ant­woor­de­lijk zouden kunnen zijn voor de symptomen. Hij zal ook de mogelijkheid willen uitsluiten dat de patiënt thuisblijft als gevolg van een gebrek aan interesse in het omgaan met andere mensen.

De huisarts stelt Tessa verschillende vragen om de duur van haar klachten te bepalen en vast te stellen of die aan het duurcriterium voldoet. Als een volwassen patiënt zegt dat de klachten zes maanden geleden zijn begonnen, voldoen deze aan het duurcriterium, maar dit zou betekenen dat de stoornis pas op volwassen leeftijd is ontstaan. Dit is ongebruikelijk, en maakt de classificatie sociale-angststoornis enigszins discutabel. De criteria zijn echter slechts richtlijnen en moeten altijd met gezond verstand en vanuit een klinisch oordeel worden toegepast. De arts dient ook te checken of de patiënt een verhoogd risico heeft om zichzelf of iemand anders van het leven te beroven. Verwijzing naar een psychiater moet worden overwogen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.