Differentiële diagnostiek

Differentiële diagnostiek

In de DSM-5 staan in de paragraaf over de differentiële diagnostiek van de sociale-angststoornis veel stoornissen vermeld. Verschillende stoornissen manifesteren zich in sociale situaties met angstsymptomen. De sociale-angststoornis kan worden uitgefilterd door te bepalen of angst voor een mogelijke beoordeling en afkeuring de voornaamste reden is voor deze symptomen. Als er angst voor afkeuring aanwezig is, noopt dit tot verder onderzoek. Deze angst kan onderdeel zijn van een normale verlegenheid, vaak zonder een duidelijke invloed op het functioneren. Het kan duiden op een laag gevoel van eigenwaarde en een depressieve stoornis; in dat geval moeten er ook andere symptomen van depressiviteit aanwezig zijn. Of iemand een sociale-angststoornis heeft, is het duidelijkst als een extreme angst voor sociale beoordeling bij hem of haar centraal staat, en wellicht het enige symptoom is dat optreedt als hij of zij wordt blootgesteld aan een potentiële beoordeling door anderen.

Veel patiënten hebben naast de sociale-angststoornis nog andere stoornissen. In sommige gevallen zijn deze gelijktijdig optredende stoornissen (bijvoorbeeld een depressieve stoornis of een stoornis in het gebruik van een middel) begonnen na het ontstaan van de sociale-angststoornis. Vanwege hun ge­meen­schap­pe­lij­ke symptomen is de relatie tussen de vermijdende-per­soon­lijk­heids­stoor­nis en de sociale-angststoornis ingewikkeld.

Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentisële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentisële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.