Werkwijze bij de diagnostiek

Werkwijze bij de diagnostiek

Mensen met een sociale-angststoornis vrezen de beoordeling en afkeuring door anderen. Ze zijn bang dat ze op een bepaalde manier een belachelijk figuur zullen slaan en zich dan enorm zullen schamen. Deze angst omvat de bezorgdheid dat anderen duidelijke verschijnselen van hun sociale-angststoornis zullen opmerken, zoals blozen, wat als een signaalsymptoom van deze aandoening kan dienen. De sociale-angststoornis betreft angst die niet in verhouding staat tot het werkelijke risico dat men in verlegenheid wordt gebracht.

Mensen met een sociale-angststoornis vermijden sociale omstandigheden die gênant kunnen zijn. Dit patroon van vermijding kan leiden tot een onvermogen om te functioneren in sociale situaties, zoals de onwil om naar sol­li­ci­ta­tie­ge­sprek­ken, spreekuren van artsen of fa­mi­lie­bij­een­kom­sten te gaan. Deze stoornis begint meestal voordat de persoon in kwestie volwassen is; een eerste begin na de adolescentie komt weinig voor. Kinderen kunnen huilerig of boos worden wanneer zij naar school moeten. Wanneer ze worden gedwongen om sociale activiteiten bij te wonen, kan een kind met een sociale-angststoornis zich op voorhand hierover zorgen maken en tijdens de activiteit aanzienlijke lijdensdruk laten zien. Tijdens de gebeurtenis is hij of zij doorgaans verlegen en terughoudend en spreekt nauwelijks. De gevolgen van het vermijden van sociale situaties kunnen op latere leeftijd blijken uit problemen op het werk en met het aangaan van liefdesrelaties. Om deze redenen kan de sociale-angststoornis zeer invaliderend worden.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.