Differentiële diagnostiek
Differentiële diagnostiek
De differentiële diagnostiek van de kortdurende psychotische stoornis omvat psychoses door andere oorzaken, zoals schizofrenie en de waanstoornis, en stemmingsstoornissen zoals de depressieve stoornis met psychotische kenmerken of een bipolaire-I-stoornis, actuele episode manisch, met stemmingscongruente psychotische kenmerken. De onderzoeker moet ook andere stoornissen uitsluiten, namelijk een psychotische stoornis door een middel/medicatie, een delirium, de nagebootste stoornis en simuleren. Persoonlijkheidsstoornissen zoals de paranoïde-persoonlijkheidsstoornis en de schizotypische-persoonlijkheidsstoornis moeten ook worden overwogen.
Bij het formuleren van een differentiële diagnose is het van belang rekening te houden met het tijdsverloop van de ontwikkeling van een stoornis. Een acuut of plotseling begin van verwardheid, desoriëntatie en bizar gedrag kunnen bijvoorbeeld duiden op een delirium. Stemmingsstoornissen kunnen terugkerend zijn en hebben vaak een positieve familiegeschiedenis. Schizofrenie en de schizofreniforme stoornis kennen zowel positieve als negatieve symptomen en een veel langere duur van de symptomen. De nagebootste stoornis treedt op wanneer de patiënt probeert om de ‘rol van zieke’ te behouden. Bij simuleren is er sprake van een secundaire beloning, zoals het ontvangen van voedsel en onderdak bij opname in een ziekenhuis. Persoonlijkheidsstoornissen zoals de schizotypische-persoonlijkheidsstoornis en de paranoïde-persoonlijkheidsstoornis houden de hele levensduur van een patiënt aan.
Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.