Werkwijze bij de diagnostiek
Werkwijze bij de diagnostiek
Een plotseling begin of een korte duur van psychotische symptomen maakt dat de clinicus de classificatie kortdurende psychotische stoornis moet overwegen. Eerst moet de aanwezigheid van een of meer van de diagnostische symptomen worden bevestigd. Deze zijn dezelfde als die van schizofrenie, met uitzondering van de negatieve symptomen. Vaak zijn mensen zo in de war door hun symptomen dat er geen gedetailleerde anamnese opgenomen kan worden. Heteroanamnestische informatie van collega’s, vrienden en familie kan dan zeer nuttig zijn. Zodra de symptomen zijn vastgesteld, moet de tijdsduur worden bepaald. Als de beste schatting uitkomt op minder dan één maand, dan blijft de mogelijkheid over van een kortdurende psychotische stoornis. Vanwege de kortdurende aard van de symptomen en het ontbreken van een voorgeschiedenis, is het vooral belangrijk om andere oorzaken te overwegen. Zo zou een eventuele wisseling van het bewustzijn kunnen duiden op een intoxicatie of een delirium. Een zorgvuldige beoordeling van de cognitieve functies, met inbegrip van klinimetrische tests, kan verhelderend zijn. De somatische voorgeschiedenis en onderzoek van de vitale functies, laboratoriumwaarden, ecg, toxicologie en eventueel beeldvormend onderzoek kunnen een organische oorzaak van de psychotische symptomen aan het licht brengen. Als deze alle negatief zijn, is het meest waarschijnlijk dat er sprake is van een primaire psychotische stoornis.
Met anxiolytica of antipsychotica kan een geagiteerd persoon gekalmeerd worden, zodat een gedetailleerdere anamnese kan worden opgenomen. De combinatie van een stemmingsstoornis met psychotische kenmerken komt zowel bij manieën als bij depressiviteit voor. Huidige en vroegere stemmingsepisoden moeten zorgvuldig in kaart worden gebracht. Als een duidelijke stressor aan het licht wordt gebracht, kan dat mede bevestigen dat er sprake is van een kortdurende psychotische stoornis, hoewel deze stoornis ook zonder stressor kan optreden. Mogelijke stressoren zijn het verlies van een geliefde, het getuige zijn of persoonlijk ervaren van een traumatische gebeurtenis, of extreme financiële problemen.
Zoals vermeld in de DSM-5, lijkt ‘de kans op suïcidaal gedrag verhoogd te zijn, vooral tijdens de acute episode’ (Handboek, p. 169).