Bestudeer de volgende casus
Bestudeer de volgende casus
De heer Ganeshe, een 33 jaar oude computerprogrammeur van Indiase afkomst, meldt zich met klachten van slapeloosheid. Tijdens het intakegesprek ontdekt de psychiater een duurzaam patroon van perfectionisme en preoccupatie met ordelijkheid. Bij doorvragen wordt duidelijk dat er sprake is van enige angstgerelateerde insomnia, waarvan de heer Ganeshe last heeft als hij tot ’s avonds laat aan een project werkt en het hem daarna, als hij probeert in slaap te komen, niet lukt om niet meer aan zijn werk te denken.
In het hierop volgende gesprek beschrijft de heer Ganeshe een lange voorgeschiedenis van moeite met het afkrijgen van zijn werk, veroorzaakt door zijn overmatige betrokkenheid om ervoor te zorgen dat ‘alles perfect is’ voordat hij uitlogt. Dit leidt ertoe dat hij tot ’s avonds laat bezig is met projecten die collega’s binnen de normale werktijd zouden afronden. Hij vertelt er gefrustreerd over te zijn dat zijn collega’s vaak wel worden geprezen voor hun projecten, maar hij niet, terwijl in zijn projecten toch ‘meer aandacht is voor kleine details’. Hij is niet bereid om werk te delegeren aan anderen, omdat, zo zegt hij, ‘als je wilt dat het goed gebeurt, moet je het zelf doen’. Door zijn toewijding aan zijn werk en werkgerelateerde projecten neemt hij aan veel sociale activiteiten geen deel. Zelfs aan sociale activiteiten vanuit het werk doet hij niet mee, omdat hij ‘geen tijd van het bedrijf wil verspillen’.
De heer Ganeshe woont alleen en heeft maar zelden afspraakjes met vrouwen, ondanks druk vanuit zijn familie om te trouwen. Hij vertelt dat familieleden tegen hem zeggen dat er iets met hem ‘mis’ is — maar hijzelf vindt dat ‘zij degenen zijn die het mis hebben!’ Hij vertelt dat hij geen relatie heeft omdat de vrouwen die hij ontmoet ‘nooit precies geschikt zijn voor mij’.
De heer Ganeshe heeft geen gegeneraliseerde angstklachten of paniekaanvallen. Hij gelooft dat zijn gedrag hem tot een betere programmeur maakt, ondanks dat hij de feedback heeft gekregen dat hij het maar moeilijk aankan. Hij zegt ook dat zijn toewijding aan ordelijkheid iets is wat bij zijn cultuur hoort, en ‘heel Indiaas’ is. Maar, zo geeft hij toe, andere collega’s van Indiase afkomst hebben ‘een meer “Nederlands” arbeidsethos’.
Deze casus sluit aan bij de beschrijving in de DSM-5 van een dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis. Zoals zo vaak het geval is bij patiënten met deze stoornis, beschouwt de heer Ganeshe zijn gedrag zelf niet als problematisch en is hij koppig over het veranderen ervan. Ondanks feedback dat dit niet het geval is, beschouwt hij zijn gedrag op het werk als adaptief.
Er kunnen culturele varianten zijn die in aanmerking komen ter beoordeling van de symptomen van een dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis. In het geval van de heer Ganeshe is het patroon duurzaam en veroorzaakt het disfunctioneren in meerdere domeinen, en veroorzaken de symptomen significante beperkingen. De patiënt laat geen gedachten, reacties of gedrag zien die aansluiten bij culturele of sociale normen, al houdt hij zelf vol van wel. Een patiënt kan iets pathologisch van zichzelf normaliseren als een culturele nuance terwijl er in feite meer sprake is van een niet-cultureel bepaalde maladaptieve persoonlijkheidstrek.