Opnemen van de anamnese
Opnemen van de anamnese
De 42-jarige Irene Waldhorn presenteert zich met een voorgeschiedenis van ‘elke nacht slapeloosheid, woelen en draaien’. De onderzoeker stelt vragen om de klachten te specificeren: ‘Heeft u problemen met in slaap vallen, doorslapen of beide? Hoelang heeft u dit probleem al? Heeft u iets dergelijks ooit eerder meegemaakt? Wat merkt u er overdag van?’
Met als doel het uitvragen van specifieke klachten voor RBS kan een clinicus het nuttig vinden om zijn of haar vragen vooraf te laten gaan door een toelichting, bijvoorbeeld: ‘Verstoring van de slaap kan veroorzaakt worden door veel verschillende oorzaken, dus ik ga u een aantal vragen stellen die misschien niet relevant lijken.’ Sommige mensen zijn dermate gepreoccupeerd geraakt door de verstoring van de slaap dat ze de symptomen van RBS bagatelliseren. Het stellen van de volgende vragen kan dan nuttig zijn: ‘Bent u in staat om een hele film of een lange vliegreis uit te zitten zonder op te staan?’ Als mevrouw Waldhorn op deze vraag ontkennend antwoordt, verzoekt de onderzoeker haar om uit te leggen wat de reden is om op te staan, bijvoorbeeld naar het toilet gaan of een onbedwingbare behoefte hebben om te bewegen. Ook stelt hij meer gerichte vragen: ‘Sommige mensen beschrijven een ongemakkelijke sensatie, een “kriebelig” gevoel, jeuk of een branderig gevoel, diep in hun benen. Heeft u ooit iets dergelijks meegemaakt?’ De patiënte antwoordt bevestigend, waarna de onderzoeker vraagt naar gebeurtenissen in andere situaties, zoals thuis, en de frequentie ervan. Hij vraagt ook naar het circadiane patroon: ‘Lijkt het alsof de klachten op een bepaald moment van de dag optreden, of ziet u geen patroon? Heeft u de klachten altijd?’ Met behulp van open vragen beoordeelt hij of er sprake is van verbetering van de symptomen: ‘Is er iets waardoor de klachten minder erg worden of verdwijnen?’ Als een patiënt het niet zeker weet of een vaag antwoord geeft, is een directere vraag geëigend, zoals: ‘Voelt u zich beter als u beweegt?’ Bij vrouwen met kinderen, zoals deze patiënte, kunnen onderzoekers vragen of ze dezelfde klachten tijdens de zwangerschap hebben gehad. Bij alle patiënten kunnen zij vragen of iemand in de familie iets dergelijks heeft meegemaakt. Het kan ook nuttig zijn om vragen te stellen over de gezondheidstoestand, het eetpatroon, en het gebruik van medicatie of andere middelen, en na te gaan of de patiënt ooit anemie of bloedverlies heeft gehad.
Mensen met RBS hebben vaak moeite met het beschrijven van hun klachten. Zij zeggen vaak dat ze slaapproblemen hebben en dit vereist zorgvuldig doorvragen om de symptomen van RBS als de oorzaak ervan vast te stellen. Net als bij elke andere stoornis moeten het beloop van de klachten en de gevolgen voor het functioneren uitgevraagd worden. Sommige mensen zijn zo radeloos door de verstoring van de slaap dat het kan lijken dat ze een insomniastoornis hebben — dat wil zeggen: met veel angst en bezorgdheid over de slaap. In dit verband kan het nuttig zijn om vragen te stellen over het optreden van symptomen tijdens periodes van rust of inactiviteit (i.e., niet noodzakelijkerwijs gebonden aan de slaap). Sommige mensen bespeuren echt alleen een circadiaan patroon in hun klachten. Het is vaak moeilijk voor mensen om hun ongemakkelijke sensaties te beschrijven; het geven van omschrijvingen als ‘kriebelig’, ‘jeukend’ of ‘springerig’ kan hen dan helpen. Het is bovendien noodzakelijk dat de symptomen verbeteren door te bewegen, maar soms hebben mensen ook uitgebreide rituelen verzonnen die ze uitvoeren om het oncomfortabele gevoel te verlichten, zoals een warm bad, massage of zelfs zelfverwonding. Informatie over de familiegeschiedenis, de gezondheidstoestand en het gebruik van medicijnen of andere middelen kan de classificatie ook ondersteunen.
Bij kinderen kan vragen naar ‘groeipijnen’ ’s nachts soms helpen bij het vaststellen van RBS.