Obsessieve-compulsieve stoornis
a Inclusie: Vereist is de aanwezigheid van obsessieve gedachten, compulsieve gedragingen of beide, blijkens de volgende symptomen.
i Obsessieve gedachten (vast te stellen door beide vragen): Wordt u erg angstig of ongerust als u deze ongewenste voorstellingen, gedachten of impulsen heeft? Moet u erg uw best doen om dit soort gedachten te negeren of te onderdrukken?
ii Compulsieve gedragingen (vast te stellen door alle drie de vragen): Sommige mensen proberen ideeën die zich op deze manier opdringen te bedwingen door bijvoorbeeld steeds hun handen te wassen of sloten te controleren, of door te tellen, te bidden, of in gedachten woorden te herhalen. Doet u ook zoiets? Denkt u dat die handeling uw onrust vermindert of zal voorkomen dat er iets gebeurt waar u bang voor bent?
b Inclusie: De obsessies of compulsies zijn tijdrovend (kosten bijvoorbeeld meer dan een uur per dag) of leiden tot klinisch significante lijdensdruk of beperkingen.
c Exclusies
i Kies niet voor deze classificatie als de obsessies of compulsies beter kunnen worden verklaard door een andere psychische stoornis. Kies niet voor deze classificatie als de obsessieve-compulsieve symptomen worden veroorzaakt door de fysiologische effecten van een middel of een somatische aandoening.
ii Meldt de betreffende persoon dat de voorstellingen, gedachten of impulsen die zich opdringen prettig zijn, dan is niet aan de criteria voor een obsessieve-compulsieve stoornis voldaan. Overweeg in plaats daarvan een stoornis in het gebruik van een middel, een persoonlijkheidsstoornis of een parafiele stoornis.
iii Als de persoon meldt dat de voorstellingen, gedachten of impulsen die zich opdringen gericht zijn op meer reële zaken, kunt u denken aan een angststoornis.
d Aanvullende kenmerken
i Specificaties
► Realiteitsbesef
► Met goed of redelijk realiteitsbesef: Als iemand erkent dat zijn opvattingen zeker of waarschijnlijk niet waar zijn.
► Met gering realiteitsbesef: Als iemand van mening is dat zijn opvattingen waarschijnlijk waar zijn.
► Met ontbrekend realiteitsbesef/waanovertuigingen: Als iemand er volledig van overtuigd is dat zijn opvattingen waar zijn.
► Ticgerelateerd: Als iemand voldoet aan de criteria voor een actuele ticstoornis of een ticstoornis in de voorgeschiedenis heeft.
e Andere mogelijkheden
i Meldt iemand voorstellingen, gedachten of impulsen die zich opdringen en die gericht zijn op het eigen lichaamsbeeld, dan kunt u denken aan de morfodysfore stoornis. De criteria hiervoor omvatten een preoccupatie met vermeende onvolkomenheden in het uiterlijk die verder gaan dan de ongerustheid over lichaamsvet of het gewicht bij iemand met een eetstoornis, repetitief gedrag of psychische activiteiten in reactie op de ongerustheid over het uiterlijk, en klinisch significante lijdensdruk of beperkingen vanwege de preoccupatie.
ii Als iemand aanhoudend moeite heeft met het afstand doen van bezittingen, ongeacht hun waarde, kunt u denken aan de verzamelstoornis. De criteria hiervoor omvatten een sterk gevoelde behoefte om dingen te bewaren, het lijden dat gepaard gaat met het wegdoen van voorwerpen, en het verzamelen van een grote hoeveelheid bezittingen die voor zo veel rommel zorgen dat de woon- of werkruimten nauwelijks voor hun eigenlijke functie kunnen worden benut.
iii Als de symptomen direct worden veroorzaakt door een middel, dat al dan niet voor een depressie wordt voorgeschreven, kunt u denken aan de obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een middel/medicatie.
iv Als de episode direct door een somatische aandoening wordt veroorzaakt, kunt u denken aan de obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een somatische aandoening.
v Als iemand klachten heeft die kenmerkend zijn voor een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis en deze klinisch significante lijdensdruk of beperkingen veroorzaken, maar die niet volledig voldoen aan de criteria voor een specifieke obsessieve-compulsieve of verwante stoornis, kunt u denken aan de classificatie ongespecificeerde obsessieve-compulsieve of verwante stoornis. Wilt u daarbij wel de specifieke reden vermelden waarom de symptomen niet aan de criteria voor een specifieke obsessieve-compulsieve of verwante stoornis voldoen, overweeg dan de classificatie andere gespecificeerde obsessieve-compulsieve of verwante stoornis. Voorbeelden hiervan zijn de lichaamsgericht-repetitiefgedragsstoornis en obsessieve jaloezie.
2 Lichaamsgericht repetitief gedrag
a Inclusie: De DSM-5 noemt hier twee aandoeningen, trichotillomanie (haaruittrekstoornis) en de excoriatiestoornis (huidpulkstoornis), met vrijwel identieke criteria. Voor beide classificaties is de aanwezigheid vereist van alle drie de volgende symptomen.
i Gedrag: Trekt u vaak uw haren uit of pulkt u vaak aan uw huid en doet u dat zo vaak dat er kale plekken of wondjes ontstaan?
ii Herhaalde pogingen tot verandering: Heeft u vaker dan eens geprobeerd hiermee te stoppen?
iii Beperkingen: Schaamt u zich door dit gedrag of heft u het gevoel zichzelf niet in de hand te hebben? Blijft u thuis van werk of vermijdt u sociale gelegenheden vanwege dit gedrag?
b Andere mogelijkheden
i Als het gedrag wordt veroorzaakt door een somatische aandoening, beter kan worden verklaard door een andere psychische stoornis of is veroorzaakt door het gebruikt van middelen of medicatie, dan is noch de classificatie trichotillomanie noch de excoriatiestoornis van toepassing.