Mensen met kleptomanie proberen over het algemeen om zich te verzetten tegen de impuls om te stelen, en ze zijn zich ervan bewust dat stelen een verkeerde en zinloze daad is. Ze zijn vaak bang om betrapt te worden en voelen zich vaak somber of schuldig over de diefstallen. Neurotransmittercircuits die een rol spelen bij persisterende drangstoornissen, vooral die van de serotonine-, dopamine- en opioïdesystemen, spelen ook bij kleptomanie een rol.