Het hoofdkenmerk van kleptomanie is een recidiverend onvermogen om zich te verzetten tegen de impuls om dingen te stelen, ook als de betrokkene die dingen niet nodig heeft voor persoonlijk gebruik of vanwege de geldelijke waarde (criterium A). Voordat de diefstal wordt gepleegd, heeft de betrokkene een toenemend subjectief gevoel van spanning (criterium B), en hij of zij heeft tijdens het plegen van de diefstal gevoelens van lust, voldoening of opluchting (criterium C). Het stelen gebeurt niet als een uiting van boosheid of wraak, is geen reactie op een waan of hallucinatie (criterium D) en wordt niet beter verklaard door de aanwezigheid van een nor­mo­ver­schrij­dend-gedragsstoornis, een manische episode of een antisociale-per­soon­lijk­heids­stoor­nis (criterium E). De voorwerpen worden gestolen ondanks dat ze voor de betrokkene over het algemeen weinig waarde hebben; hij of zij had zich de aanschaf ervan wel kunnen permitteren en geeft ze vaak weg, of ontdoet zich er op een andere manier van. Het komt weleens voor dat iemand met kleptomanie de gestolen voorwerpen verzamelt, of ze onopgemerkt terugbrengt naar de winkel. Mensen met deze stoornis vermijden het over het algemeen om te stelen in situaties waarin ze direct kunnen worden gearresteerd (zoals in het zicht van een politieagent), maar de diefstal is meestal niet gepland en de betrokkene houdt niet heel goed rekening met de kans om opgepakt te worden. Het stelen gebeurt zonder hulp van anderen, en er wordt ook niet met anderen samengewerkt bij de diefstal.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.