Vanwege de brede verscheidenheid van mogelijke somatische oorzaken is het moeilijk een schatting te geven van de prevalentie van psychotische stoornissen door een somatische aandoening. De levenslange prevalentie zou volgens onderzoeken in Zweden en Finland variëren van 0,21 tot 0,54%. Als de pre­va­len­tie­be­vin­din­gen worden gestratificeerd op grond van leeftijdsgroep, is de prevalentie significant hoger bij 65-plussers dan bij lagere leef­tijds­groe­pen in Finland, namelijk 0,74%. De psy­cho­se­per­cen­ta­ges variëren ook naargelang van de onderliggende somatische aandoening: aandoeningen die het vaakst gepaard gaan met een psychose zijn onbehandelde endocriene en metabole stoornissen, auto-immuunziekten (bijvoorbeeld systemische lupus erythematosus, N-methyl-D-aspartaat-(NMDA-)receptor-auto-im­muunen­ce­fa­li­tis) of epilepsie van de temporaalkwab. Psychose die is toe te schrijven aan epilepsie is nog verder ge­dif­fe­ren­ti­eerd in de ictale, de postictale en de interictale psychose. De postictale psychose is van deze vormen de meest algemeen voorkomende en wordt gezien bij 2 tot 7,8% van de mensen met epilepsie. Binnen de groep ouderen komt de stoornis mogelijk meer bij vrouwen voor, hoewel niet duidelijk is wat de verdere geslachts- of gen­der­ge­re­la­teer­de kenmerken zijn, en de cijfers aanzienlijk variëren afhankelijk van de gen­der­ver­de­lin­gen van de onderliggende somatische aandoeningen. Naar schatting is er bij 60% van de ouderen die voor het eerst een psychose ervaren een onderliggende somatische oorzaak voor de psy­cho­se­symp­to­men.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.