Een psychotische stoornis door een somatische aandoening kan zich uiten als een eenmalige, voorbijgaande toestand, maar kan ook een recidiverend probleem zijn, met een patroon dat de cyclus volgt van exacerbaties en remissies van de onderliggende somatische aandoening. De behandeling van die somatische aandoening leidt vaak wel tot genezing van de psychose, maar dit is niet altijd het geval en de psy­cho­se­symp­to­men kunnen nog lang na het somatische voorval aanhouden (bijvoorbeeld bij de psychotische stoornis door focaal hersenletsel). Binnen de context van chronische aandoeningen zoals multiple sclerose of chronische interictale psychose bij epilepsie kan de psychose een langdurig beloop krijgen.

De expressie van de psychotische stoornis door een somatische aandoening verschilt fenomenologisch niet substantieel per leeftijdsgroep. Bij ouderen is de prevalentie van de stoornis wel hoger, waarschijnlijk door de toenemende somatische belasting op latere leeftijd en de cumulatieve effecten van blootstelling aan ongunstige omstandigheden en leef­tijds­ge­re­la­teer­de processen (atherosclerose bijvoorbeeld). De aard van de somatische problemen zal met het ouder worden veranderen: jongere leef­tijds­groe­pen worden vaker getroffen door epilepsie, schedeltrauma, autoimmuun- en neoplastische aandoeningen van de jonge tot middelbare leeftijd, en bij oudere leef­tijds­groe­pen is vaker sprake van een neu­ro­de­ge­ne­ra­tie­ve ziekte (zoals de ziekte van Alzheimer), beroerte, anoxische incidenten en meerdere comorbide systeemziekten. Onderliggende met het ouder worden samenhangende factoren, zoals al eerder aanwezige cognitieve beperkingen en visuele of auditieve beperkingen, kunnen een groter risico op psychose met zich meebrengen, mogelijk doordat ze de drempel tot het ervaren van een psychose verlagen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.